Taal · groep 5 tot en met 8

Spreekwoorden en gezegden: zo snapt je kind wat er bedoeld wordt

Spreekwoorden en gezegden zeggen iets anders dan er letterlijk staat. Bij “na regen komt zonneschijn” gaat het niet over het weer, maar over betere tijden na iets naars. Kinderen leren ze het best niet als los rijtje, maar in een situatie: wat gebeurt er, en welk plaatje gebruikt de uitdrukking daarvoor? Vanaf groep 5 komen ze steeds vaker voor in teksten en toetsen.

In het kort

  • Een spreekwoord is een vaste zin met een les over het leven. Een gezegde is een vaste uitdrukking die je in je eigen zin gebruikt.
  • Kinderen lezen ze vaak letterlijk. De vraag “waar is dit een plaatje van?” helpt om de bedoeling te vinden.
  • De zin of situatie eromheen vertelt bijna altijd wat er bedoeld wordt.
  • Vanaf groep 5 moeten kinderen figuurlijk taalgebruik begrijpen, in groep 7 en 8 ook zelf gebruiken.

Wat is het verschil tussen een spreekwoord, een gezegde en een uitdrukking?

Op school leren kinderen meestal dit onderscheid. Een spreekwoord is een vaste, hele zin met een algemene les over het leven. Je verandert er niets aan: “Na regen komt zonneschijn.” Een gezegde is een vaste uitdrukking die je in je eigen zin gebruikt. Het werkwoord pas je aan: “Hij valt met de deur in huis”, “Ze viel met de deur in huis.” Uitdrukking is het woord voor allebei.

Spreekwoord, gezegde en uitdrukking
SoortKenmerkVoorbeeld
SpreekwoordEen hele zin met een levensles; verandert nietOefening baart kunst.
GezegdeEen vaste uitdrukking; je past het werkwoord aan in je eigen zinmet de deur in huis vallen
UitdrukkingHet overkoepelende woord voor vaste combinaties met een figuurlijke betekenisbeide hierboven

Taalkundigen maken het soms nog preciezer. Het taaladviesbureau van Onze Taal noemt een uitdrukking die je kunt aanpassen een zegswijze, en gebruikt “gezegde” alleen voor vaste woordgroepen zonder werkwoord, zoals “met hart en ziel”. Voor je kind maakt dat weinig uit. Belangrijker is dat het snapt wat er bedoeld wordt.

Waarom kinderen spreekwoorden en gezegden lastig vinden

Spreekwoorden en gezegden zijn figuurlijk taalgebruik: de woorden zijn een plaatje voor iets anders. Jonge kinderen nemen taal vaak letterlijk. Als opa zegt dat hij “twee vliegen in één klap slaat”, zoekt een kind van zes misschien de vliegen. Pas rond groep 5 en 6 gaan de meeste kinderen zien dat taal ook beeldend kan zijn.

Volgens het curriculuminstituut SLO leren kinderen in groep 3 en 4 eenvoudig figuurlijk taalgebruik herkennen, moeten ze in groep 5 en 6 figuurlijke taal in teksten begrijpen en gebruiken ze het in groep 7 en 8 ook zelf. Daarnaast speelt mee dat veel spreekwoorden oude woorden bevatten, zoals “baren” en “malen”, die kinderen niet meer kennen.

Figuurlijke taal hoort bij de woordenschat van je kind. Op de pagina over woordenschat oefenen lees je hoe je nieuwe woorden aanleert. In teksten van groep 8 en in de doorstroomtoets komen uitdrukkingen vaak terug, zie begrijpend lezen in groep 8.

Spreekwoorden en gezegden met betekenis

Deze spreekwoorden met betekenis komen kinderen vaak tegen, op school, in boeken en thuis. Gebruik ze niet als stamplijst, maar kies er elke week één of twee om samen te gebruiken.

Bekende spreekwoorden
SpreekwoordBetekenis
Na regen komt zonneschijn.Na iets vervelends komen weer betere tijden.
Oefening baart kunst.Door veel te oefenen word je er goed in.
Wie het eerst komt, het eerst maalt.Wie er als eerste is, mag als eerste.
Haastige spoed is zelden goed.Als je te snel werkt, gaat het vaak mis.
Beter een half ei dan een lege dop.Een beetje is beter dan niets.
Al doende leert men.Je leert het meest door het te doen.
De appel valt niet ver van de boom.Kinderen lijken vaak op hun ouders.
Wie niet waagt, die niet wint.Wie niets durft te proberen, kan ook niets bereiken.
Bekende gezegden
GezegdeBetekenis
met de deur in huis vallenmeteen zeggen waar het om gaat
iemand een hart onder de riem stekeniemand moed geven
twee vliegen in één klap slaantwee dingen in één keer doen
een oogje dichtknijpennet doen alsof je iets niet ziet
iets onder de knie hebbeniets goed kunnen
de handdoek in de ring gooienopgeven
als een kip zonder kopzonder na te denken
de aap komt uit de mouwde echte bedoeling wordt duidelijk

Spreekwoorden en gezegden oefenen: probeer het zelf

Oefen spreekwoorden en gezegden

Kies een onderdeel: de betekenis van een spreekwoord, een gezegde in een zin, of letterlijk en figuurlijk uit elkaar houden. Bij een fout krijgt je kind een tip die naar de situatie wijst. Na het goede antwoord volgt de uitleg, met een plaatje van wat er bedoeld wordt.

Spreekwoord1 / 3

“Na regen komt zonneschijn.” Wat bedoel je daarmee?

Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.

Zo vind je de betekenis van een spreekwoord of gezegde

Je kind hoeft niet alle uitdrukkingen uit het hoofd te kennen. Belangrijker is dat het weet wat het moet doen bij een uitdrukking die het niet kent. Dit stappenplan werkt bijna altijd:

  1. Klopt het letterlijk? Zou het echt zo kunnen gebeuren in deze situatie? Zo niet, dan is het figuurlijk.
  2. Zoek het plaatje. Wie of wat zijn de dingen in de uitdrukking, als het over mensen gaat?
  3. Kijk naar de situatie. Wat gebeurt er vlak voor en na de uitdrukking?
  4. Controleer. Zet de betekenis in je eigen woorden op de plek van de uitdrukking. Klopt de zin nog?
Voorbeeld: “Wie niet waagt, die niet wint”

Mila durft niet mee te doen met de voorleeswedstrijd. Haar moeder zegt: “Wie niet waagt, die niet wint.” Wat bedoelt ze?

  1. Letterlijk: er staat iets over wagen en winnen. “Wagen” is een oud woord voor durven proberen.
  2. De situatie: Mila durft niet mee te doen aan een wedstrijd.
  3. Het plaatje: als je het niet probeert, kun je ook niet winnen.
  4. De moeder bedoelt: als je niet meedoet, kun je ook niets bereiken. Probeer het gewoon.
niet wagenniet durven proberenniet winnenniets bereiken

Wie het niet probeert, kan ook niets bereiken.

Controle: Vervang het spreekwoord door de uitleg: “Als je niet durft mee te doen, kun je ook niet winnen.” Dat past bij wat de moeder Mila wil zeggen.

Zo leg je het uit aan je kind. Zoek eerst het onbekende woord. “Wagen” betekent durven, net als in “waaghals”. Vraag dan: “Wat wil mama dat Mila doet?” Je kind ziet dat het spreekwoord een aanmoediging is. Laat het daarna zelf een moment noemen waarop het iets eng vond en toch deed.

Voorbeeld: “de aap komt uit de mouw”

Daan is ineens heel lief voor zijn zus. Na een uur vraagt hij of hij haar spelcomputer mag lenen. “Daar komt de aap uit de mouw,” zegt zijn zus. Wat bedoelt ze?

  1. Letterlijk zit er geen aap in een mouw. Het is figuurlijk.
  2. De situatie: Daan is opvallend lief, en daarna vraagt hij iets.
  3. Het plaatje: iets wat verstopt zat, komt ineens tevoorschijn.
  4. De zus bedoelt: nu wordt duidelijk waarom Daan zo lief was. Zijn echte bedoeling komt naar buiten.
Daan is heel liefverstopt planhij vraagt de spelcomputerde aap komt uit de mouw

Het verstopte plan komt tevoorschijn.

Controle: Vervang het gezegde: “Nu zie ik waarom je zo lief was.” Dat past precies bij het moment dat Daan om de spelcomputer vraagt.

Zo leg je het uit aan je kind. Doe het voor. Stop een knuffel in je mouw, wees heel aardig en laat hem dan ineens tevoorschijn komen. “Kijk, nu zie je wat ik al die tijd verstopte!” Zo onthoudt je kind dat de aap uit de mouw komt als iemands echte plan ineens duidelijk wordt.

Spreekwoorden oefenen thuis

  • Gebruik ze gewoon. Zeg een spreekwoord op een moment dat het past en vraag: “Weet je wat ik bedoel?” Zo leert je kind ze in een echte situatie.
  • Teken de letterlijke betekenis. Een kip zonder kop, een aap in een mouw: grappige tekeningen blijven goed hangen. Schrijf de echte betekenis eronder.
  • Speel memory. Schrijf spreekwoorden op kaartjes en hun betekenis op andere kaartjes. Zoek de paren.
  • Zoek de herkomst. Veel uitdrukkingen komen uit oude beroepen, zoals de molenaar bij “wie het eerst komt, het eerst maalt”. Een verhaal erbij helpt onthouden.

Uitdrukkingen gaan vaak samen met lastige zinnen. Wie de leestekens snapt, ziet sneller wie er praat en wat iemand letterlijk zegt. En wie veel spreekwoorden kent, leest teksten met meer plezier.

Zo helpt Hippa je kind met spreekwoorden en gezegden

  • Oefeningen met uitdrukkingen en figuurlijke taal in korte zinnen uit het dagelijks leven.
  • Je kind leert de betekenis halen uit de situatie, niet uit een stamplijstje.
  • Bij een fout laat Hippa zien welk deel van de zin de betekenis verraadt.
  • Samen met woordbetekenissen en begrijpend lezen, op het niveau van je kind.
  • In het ouderoverzicht zie je hoe het gaat.

Maandelijks opzegbaar

Per maand

€ 6,99 per maand

Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.

Start met Hippa

3 maanden gratis + gratis etui

Per jaar

€ 59,99 per jaar

Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.

Kies het jaar

Je betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een spreekwoord en een gezegde?

Een spreekwoord is een vaste, hele zin met een les over het leven, zoals “Oefening baart kunst”. Je verandert er niets aan. Een gezegde is een vaste uitdrukking die je in je eigen zin gebruikt, zoals “met de deur in huis vallen”. Daarbij pas je het werkwoord aan: hij valt, ze viel.

Wat betekent figuurlijk taalgebruik?

Bij figuurlijk taalgebruik betekenen de woorden iets anders dan er letterlijk staat. Wie “twee linkerhanden heeft”, heeft geen twee linkerhanden, maar is onhandig. Spreekwoorden en gezegden zijn bekende voorbeelden. De situatie eromheen vertelt bijna altijd wat er bedoeld wordt.

Welke spreekwoorden moet een kind in groep 6 kennen?

Er is geen officiële lijst. In groep 5 en 6 leren kinderen vooral figuurlijke taal in teksten begrijpen. Bekende spreekwoorden als “Na regen komt zonneschijn”, “Oefening baart kunst” en “Haastige spoed is zelden goed” komen vaak voorbij. Belangrijker dan een lijst is dat je kind de betekenis kan afleiden.

Hoe leer je kinderen spreekwoorden?

Gebruik spreekwoorden in echte situaties en vraag wat je bedoelt. Teken samen de letterlijke betekenis en schrijf de echte betekenis eronder. Speel memory met spreekwoorden en betekenissen. Kies één spreekwoord per week en gebruik het vaak. Zo leert je kind ze begrijpen en zelf gebruiken.

Komen spreekwoorden voor in de doorstroomtoets?

Figuurlijk taalgebruik hoort bij het onderdeel lezen. Kinderen moeten in teksten begrijpen wat een uitdrukking betekent in die context. Ze hoeven geen lijst uit het hoofd te kennen, maar moeten de betekenis uit de zin kunnen afleiden. Oefenen met het stappenplan op deze pagina helpt daarbij.

Bronnen

Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.

€ 6,99 per maandMaandelijks opzegbaar

Aanmelden