In het kort
- Begin groep 4: getallen tot 100 begrijpen als tientallen en eenheden.
- Midden groep 4: plus- en minsommen tot 100, eerst zonder en dan met overschrijding van het tiental.
- Door het jaar: de tafels van 1, 2, 5 en 10, en op veel scholen ook al 3 en 4.
- De klok tot op het kwartier, geld tot 100 euro en meten met een liniaal.
- De getallenlijn helpt je kind om in sprongen te rekenen in plaats van te tellen.
Wat leert je kind bij rekenen in groep 4?
In groep 3 rekende je kind tot 20. In groep 4 wordt dat 100. Dat is meer dan een groter getal: je kind moet snappen dat 63 bestaat uit 6 tientallen en 3 eenheden. Pas dan lukt het om slim te rekenen met sprongen van tien, in plaats van alles één voor één te tellen.
| Wanneer | Wat je kind leert | Thuis oefenen |
|---|---|---|
| Begin groep 4 | Getallen tot 100: tientallen en eenheden, tellen in sprongen van 2, 5 en 10, getallen op de getallenlijn | Tel samen in sprongen van tien: 10, 20, 30. Of tel munten van 10 cent |
| Midden groep 4 | Plus- en minsommen tot 100, eerst zonder en dan met overschrijding van het tiental | Sommen met geld: “Je hebt 47 euro en krijgt er 25 bij” |
| Door het jaar | De tafels van 1, 2, 5 en 10, daarna vaak 3 en 4 | Tafelrijtjes in de auto, tellen in sprongen bij het traplopen |
| Eind groep 4 | De klok tot op het kwartier, geld, meten in centimeters, eenvoudige grafieken | Samen op de klok kijken, winkeltje spelen, dingen opmeten met een liniaal |
Elke rekenmethode heeft een eigen volgorde. Sommige scholen beginnen al in groep 4 met alle tafels, andere bewaren de tafels van 6 tot en met 9 voor groep 5. Vraag de leerkracht wat de klas nu doet en welke strategie de school gebruikt. Rekent de klas met sprongen op de getallenlijn, of met splitsen? Gebruik thuis dezelfde aanpak.
Tientallen en eenheden: de basis van rekenen tot 100
Het belangrijkste inzicht van rekenen in groep 4 is de plaats van een cijfer. In 63 betekent de 6 geen zes, maar zestig: zes groepjes van tien. De 3 betekent drie losse. Kinderen die dit snappen, kunnen een getal als 63 “zien” als zes bundels en drie losse. Dat maakt optellen en aftrekken veel makkelijker.
Lastig is dat we in het Nederlands de getallen andersom uitspreken dan we ze schrijven. Je zegt drie-en-zestig, met de eenheden eerst, maar je schrijft 63, met de tientallen eerst. Daardoor schrijven veel kinderen in groep 4 af en toe 36 als ze 63 bedoelen. Dat is geen slordigheid, maar een logische vergissing.
Hoeveel tientallen en hoeveel eenheden zitten er in 63?
- Kijk naar het cijfer vooraan: de 6. Dat zijn 6 tientallen, samen 60.
- Kijk naar het cijfer achteraan: de 3. Dat zijn 3 losse eenheden.
- 60 en 3 is samen 63. Dus 63 is 6 tientallen en 3 eenheden.
63 is 6 tientallen en 3 eenheden.
Controle: Tel de tientallen in sprongen: 10, 20, 30, 40, 50, 60. En dan nog 61, 62, 63. Je komt precies uit.
Zo leg je het uit aan je kind. Maak bundeltjes van tien ijsstokjes of rietjes met een elastiekje. Leg 63 neer als zes bundels en drie losse. Vraag je kind het getal op te schrijven: de bundels links, de losse rechts. Zo ziet je kind dat de plek van een cijfer vertelt of het over bundels of losse gaat.
Probeer het: rekenen groep 4 oefenen
Rekenen groep 4 oefenen: getallen, sommen en tafels
Kies een onderdeel en beantwoord drie vragen. Gaat het mis, dan krijgt je kind een tip die de weg wijst, niet het antwoord. Na het goede antwoord zie je de uitleg met de getallenlijn of de groepjes, en hoe je het thuis met geld of stokjes uitlegt.
Vraag 11 / 3
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Sommen tot 100: rekenen met sprongen
Bij plus- en minsommen tot 100 leren kinderen in groep 4 meestal springen op de getallenlijn. Je begint bij het eerste getal en maakt sprongen: eerst de tientallen, dan de eenheden. Bij 47 + 25 spring je eerst 20 vooruit naar 67, en dan nog 5. Gaan de eenheden over het tiental heen, dan maak je die laatste sprong in twee stukken: eerst naar 70, dan nog 2.
Hoeveel is 47 + 25?
- Splits 25 in 20 en 5.
- Spring van 47 met 20 vooruit: 67.
- Van 67 naar het volgende tiental is 3: je komt op 70.
- Van de 5 blijft nog 2 over: 70 + 2 = 72.
47 + 25: eerst 20 verder, dan via 70 nog 5.
Controle: Schat eerst: 47 is bijna 50, en 25 erbij is ongeveer 75. Het antwoord 72 ligt daar dichtbij, dus het kan kloppen.
Zo leg je het uit aan je kind. Teken een lange streep en zet er alleen de tientallen op, van 40 tot 80. Laat je kind met een vinger op 47 beginnen en hardop springen: “Twintig verder, dan ben ik op 67. Nu drie naar het hele tiental, en dan nog twee.” Bij elke sprong schrijf je het getal erbij.
Minsommen gaan net zo, maar dan terug. Bij 63 − 8 spring je eerst 3 terug naar 60 en dan nog 5 terug naar 55. Een veelgemaakte fout is de cijfers omdraaien: “8 min 3 is 5”, waardoor er 65 uitkomt. Wie op de getallenlijn springt, ziet meteen dat je onder de 60 moet uitkomen. Op veel scholen komt aan het eind van groep 4 ook het kolomsgewijs rekenen erbij, met eerst de tientallen en dan de eenheden onder elkaar.
De eerste tafels in groep 4
In groep 4 maken de meeste kinderen kennis met keersommen. Het begint met groepjes: 4 × 5 betekent 4 groepjes van 5. Daarna komen de tafels zelf, meestal in deze volgorde: de tafel van 10, van 2 en van 5, en daarna de tafels van 3 en 4. De tafels van 6 tot en met 9 volgen vaak in groep 5. Op de pagina over tafels oefenen staat per tafel een slim trucje.
- Tafel van 10: een nul erachter. 7 × 10 = 70.
- Tafel van 2: verdubbelen. 7 × 2 is 7 + 7.
- Tafel van 5: de helft van de tafel van 10. 6 × 5 is de helft van 60.
- Omdraaien: 2 × 7 is hetzelfde als 7 × 2. Zo hoeft je kind maar de helft te onthouden.
Laat je kind de tafels niet alleen opzeggen als rijtje. Vraag ook losse sommen door elkaar, en de deelsom erbij: als 6 × 5 = 30, dan is 30 : 5 = 6. Zo leert je kind de tafel van twee kanten. Dat helpt straks in groep 5, als delen erbij komt.
Klokkijken, geld en meten in groep 4
Klokkijken in groep 4 gaat van hele en halve uren naar kwart over en kwart voor. Het lastigste is dat het woord “half” vooruitkijkt: half vier is drie uur dertig. Op de pagina over klokkijken oefenen staat een stappenplan met een oefenklok.
Bij geld rekent je kind met munten en briefjes tot 100 euro, en soms al met centen. Meten gebeurt met de liniaal in centimeters. Ook de eerste verhaaltjessommen komen in groep 4: “Er zitten 23 kinderen in de klas en 5 zijn ziek. Hoeveel zijn er op school?” Meer daarover lees je bij redactiesommen oefenen.
Waar lopen kinderen in groep 4 vaak op vast?
- Cijfers omdraaien: 36 schrijven in plaats van 63. Laat je kind het getal neerleggen met bundels en losse.
- Het tiental vergeten: bij 47 + 25 uitkomen op 62. Laat je kind schatten voordat het rekent.
- Blijven tellen: elke som één voor één aftellen. Oefen sprongen van tien en de verliefde harten uit groep 3.
- Tafels als liedje: het rijtje wel opzeggen, maar 6 × 5 los niet weten. Vraag de sommen door elkaar.
- Half is vooruit: half vier lezen als vier uur dertig. Zeg: “Half vier is halverwege naar vier uur.”
Wankelt de basis uit groep 3 nog? Kijk dan eerst bij rekenen in groep 3: splitsen tot 10 en sommen tot 20 moeten vlot gaan voordat sommen tot 100 lukken. Wil je weten wat er straks komt, lees dan over rekenen in groep 5.
Rekenen groep 4 oefenen thuis: zo houd je het leuk
Rekenen groep 4 oefenen hoeft geen extra huiswerk te zijn. Juist kleine, vaste momenten werken goed. Een paar ideeën:
- Sprongenspel op de trap: bij elke tree een getal in sprongen van 2, 5 of 10.
- Boodschappen schatten: rond de prijzen af op hele euro’s en tel samen op. Kom je onder de 20 euro?
- Klok van de dag: laat je kind elke ochtend zeggen hoe laat het is, tot op het kwartier.
- Tafeldobbelsteen: gooi een dobbelsteen en doe het getal keer 2, keer 5 of keer 10.
- Getal van de dag: kies een getal tot 100. Hoeveel tientallen en eenheden? Wat is 10 meer en 10 minder?
Vijf tot tien minuten per dag is genoeg. Stop als je kind moe of boos wordt, en sluit af met een som die lukt. Merk je dat iets na weken oefenen nog steeds niet gaat, bespreek het dan met de leerkracht.

Zo helpt Hippa je kind met rekenen in groep 4
- Getallen tot 100 begrijpen als tientallen en eenheden, ook op de getallenlijn.
- Plus- en minsommen tot 100, eerst zonder en daarna met overschrijding van het tiental.
- De eerste tafels, met groepjes en deelsommen erbij.
- Klokkijken tot op het kwartier, geld en meten in centimeters.
- Gaat een som mis? Dan legt Hippa stap voor stap uit hoe het wel moet. Jij ziet hoe het gaat.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
Wat moet een kind kunnen aan het eind van groep 4 met rekenen?
Aan het eind van groep 4 kunnen de meeste kinderen plus- en minsommen tot 100 maken, ook over het tiental heen. Ze kennen de tafels van 1, 2, 5 en 10, en vaak ook 3 en 4. De klok lezen ze tot op het kwartier, en ze rekenen met geld tot 100 euro. De precieze doelen verschillen per rekenmethode.
Welke tafels leer je in groep 4?
Meestal eerst de tafels van 1, 2, 5 en 10, omdat die makkelijk te onthouden zijn. Daarna volgen vaak de tafels van 3 en 4. De tafels van 6, 7, 8 en 9 komen op de meeste scholen in groep 5. Sommige methodes behandelen in groep 4 al alle tafels.
Mijn kind schrijft 36 als het 63 bedoelt. Is dat erg?
Dat is in groep 4 heel gewoon. In het Nederlands zeg je de eenheden eerst, drie-en-zestig, maar je schrijft de tientallen eerst. Oefen met bundeltjes van tien en losse stokjes, of met briefjes van tien en munten. Dan ziet je kind welk cijfer bij de tientallen hoort.
Hoe oefen ik sommen tot 100 met mijn kind?
Teken een getallenlijn met de tientallen erop en laat je kind springen: eerst de tientallen, dan de eenheden. Laat het ook eerst schatten: 47 + 25 is ongeveer 50 + 25. Zo merkt je kind zelf als een antwoord niet kan kloppen.
Hoeveel moet mijn kind thuis oefenen in groep 4?
Vijf tot tien minuten per dag is genoeg. Kort en vaak werkt beter dan een uur in het weekend. Kies wat de klas nu doet, zoals de tafel van de week, en houd het luchtig met spelletjes en echte situaties zoals boodschappen.
Wat kost Hippa?
Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Elk extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent dan rekenen, spelling en begrijpend lezen op het eigen niveau.
Bronnen
- SLO, Tussendoelen rekenen-wiskunde po (2017)
- SLO, TULE rekenen-wiskunde kerndoel 27: getallen en bewerkingen
- SLO, TULE rekenen-wiskunde kerndoel 33: meten
- LOWAN, Leerlijn rekenen groep 3 en 4
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


