In het kort
- Vier hoofdrichtingen (noord, oost, zuid, west) en vier tussenrichtingen samen heten de windroos.
- De volgorde gaat met de klok mee: noord, oost, zuid, west. Ezelsbrug: Nooit Op Zondag Wassen.
- Op een kaart is boven het noorden. Rechts is oost, links is west.
- Een wind heet naar de kant waar hij vandaan komt: een westenwind komt uit het westen.
- Kinderen leren windrichtingen meestal in groep 4 tot en met 6, bij aardrijkskunde en kaartlezen.
De acht windrichtingen van de windroos
Een windroos is een cirkel met de windrichtingen erop. Bovenaan staat het noorden. De vier hoofdrichtingen zijn noord, oost, zuid en west. Precies daartussen liggen vier tussenrichtingen. Een tussenrichting heeft een naam van twee delen, en je zegt altijd eerst noord of zuid: noordoost, zuidoost, zuidwest en noordwest.
| Afkorting | Windrichting | Op de kaart | Graden |
|---|---|---|---|
| N | noord | boven | 0° |
| NO | noordoost | rechtsboven | 45° |
| O | oost | rechts | 90° |
| ZO | zuidoost | rechtsonder | 135° |
| Z | zuid | onder | 180° |
| ZW | zuidwest | linksonder | 225° |
| W | west | links | 270° |
| NW | noordwest | linksboven | 315° |
De graden tellen met de klok mee vanaf het noorden. Kinderen hebben die graden op de basisschool meestal nog niet nodig, maar ze laten goed zien dat een windroos een cirkel is: na noordwest kom je weer bij noord uit. Weerkaarten en zeilers gebruiken die graden wel.
Zo onthoudt je kind de volgorde
De grootste fout bij windrichtingen is oost en west omdraaien. Dat komt doordat je het van twee kanten kunt bekijken. De oplossing is een vaste volgorde die altijd bovenaan begint en met de klok meedraait: noord, oost, zuid, west. Het bekende ezelsbruggetje is Nooit Op Zondag Wassen. Kan je kind al klokkijken, dan helpt het ook om te zeggen: de wijzer gaat van noord naar oost, net als van twaalf naar drie.
Je kind haalt oost en west steeds door elkaar. Hoe maak je de windroos echt?
- Ga samen staan met je gezicht naar een muur en spreek af: dit is het noorden.
- Steek je rechterarm uit: dat is oost. Je linkerarm is west. Achter je is zuid.
- Draai een kwartslag met de klok mee, zodat je naar oost kijkt. Zeg hardop wat nu rechts is: zuid.
- Wijs daarna schuin tussen je neus en je rechterarm: dat is noordoost. Zo vind je ook de tussenrichtingen.
Met je neus naar het noorden wijst je rechterarm naar het oosten. Schuin daartussen ligt noordoost.
Controle: Noem een richting en laat je kind ernaar wijzen, eerst langzaam en dan sneller. Wijst het zonder nadenken naar oost en west, dan zit de volgorde erin.
Zo leg je het uit aan je kind. Een windroos is niet iets wat je uit je hoofd leert, maar iets wat je met je lijf kunt doen. Neus is noord, rechterhand is oost. Laat je kind dat een paar dagen elke ochtend even doen, bijvoorbeeld bij het aantrekken van de schoenen. Vaste momenten werken beter dan één lange les.
- Met de klok mee: begin altijd bovenaan bij noord en draai naar rechts. Zo staat oost altijd rechts van noord.
- Eerst noord of zuid: bij een tussenrichting zeg je altijd eerst noord of zuid. Dus noordwest, nooit westnoord.
- Tegenover: draai beide delen om. Tegenover noordoost ligt zuidwest.
Windrichtingen oefenen met de windroos
Oefen meteen: met de windroos en op de kaart
Kies eerst de windroos: tussenrichtingen, tegenover, de wind en de zon. Daarna kan je kind de richting van Utrecht naar een stip op de kaart bepalen. Bij een fout antwoord krijgt het een aanwijzing, en na het goede antwoord de uitleg.
Vraag 11 / 4
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Windrichtingen op de kaart
Op bijna elke kaart is boven het noorden. Staat er een noordpijl op de kaart, dan wijst die naar het noorden. Kijk daar altijd eerst naar: op een plattegrond van een pretpark of een kaart in een boek kan het noorden ook ergens anders liggen.
Wil je weten in welke richting een plaats ligt, gezien vanaf een andere plaats? Stel dan twee vragen. Ligt de plaats hoger of lager? Dat is noord of zuid. Ligt hij links of rechts? Dat is west of oost. Plak de twee antwoorden aan elkaar, en je hebt de tussenrichting. Is een van de twee bewegingen heel klein, dan houd je alleen de hoofdrichting over.
In welke richting ligt Groningen, gezien vanaf Rotterdam?
- Zoek Rotterdam en leg in gedachten de windroos erop, met noord naar boven.
- Groningen ligt hoger dan Rotterdam: dat is de noordkant.
- Groningen ligt ook een flink stuk naar rechts: dat is de oostkant.
- Hoger en rechts samen is schuin rechtsboven. Groningen ligt vanaf Rotterdam in het noordoosten.
Groningen ligt vanaf Rotterdam schuin rechtsboven: in het noordoosten.
Controle: Draai het om: gezien vanaf Groningen ligt Rotterdam precies tegenover, in het zuidwesten. Tegenover noordoost ligt zuidwest, dus het klopt.
Zo leg je het uit aan je kind. Leg een potlood op de kaart met de punt op Rotterdam en draai het naar Groningen. Leg er dan een getekende windroos onder. Waar de punt van het potlood wijst, is de richting. Zo wordt “ongeveer die kant op” een richting met een naam.
Wie de windrichtingen kent, leert ook de kaart van Nederland makkelijker. “Friesland ligt in het noorden, Zeeland in het zuidwesten” is al een halve topografieles. Meer daarover lees je bij provincies en hoofdsteden en bij topografie oefenen.
De zon, de wind en het kompas
Buiten kun je de windrichtingen ook zonder kaart vinden. De zon komt ongeveer in het oosten op, staat ’s middags in het zuiden en gaat ongeveer in het westen onder. In de zomer komt de zon in Nederland meer in het noordoosten op, in de winter meer in het zuidoosten. Maar als ruwe richting is het oosten goed.
Bij wind geldt een vaste afspraak: de windrichting is de richting waar de wind vandaan komt. Een westenwind komt dus uit het westen en waait naar het oosten. In Nederland komt de wind vaak uit het zuidwesten of westen, van over zee. Een windvaan op een kerktoren draait met zijn punt naar de wind toe.
Een kompas heeft een naald die naar het noorden wijst. Houd het kompas plat en draai het tot de naald op de N staat. Dan kun je alle andere richtingen aflezen. Op een telefoon zit vaak ook een kompas. Dat is handig op een wandeling, maar laat je kind ook een keer een echt kompas vasthouden.
Windrichtingen in groep 4, 5 en 6
Kinderen leren eerst links, rechts, voor en achter, en dan de plek van dingen op een plattegrond. Bij de meeste methodes komen de windrichtingen in groep 4 of groep 5: eerst de vier hoofdrichtingen, daarna de tussenrichtingen. Windrichtingen in groep 6 gebruikt je kind vooral bij de kaart van Nederland. In groep 7 en 8 komen ze terug bij Europa, de wereld en routes op een kaart.
- Groep 4: noord, oost, zuid en west; boven op de kaart is noord.
- Groep 5: de tussenrichtingen en de windroos; een richting op de kaart aanwijzen.
- Groep 6: windrichtingen gebruiken bij de kaart van Nederland en bij een route.
- Groep 7 en 8: richtingen in Europa en de wereld, bijvoorbeeld bij werelddelen en oceanen.

Zo helpt Hippa je kind met windrichtingen en kaartlezen
- Je kind oefent noord, oost, zuid en west, en daarna de tussenrichtingen op de windroos.
- Op een rooster en op echte kaarten volgt het routes en bepaalt het de richting van plaats naar plaats.
- Daarna komen kaartvakken, de schaallijn en de legenda erbij.
- Gaat het mis, dan laat Hippa zien hoe je de richting vindt, zonder meteen het antwoord te geven.
- Je ziet in het ouderoverzicht wat goed gaat, en jij bepaalt de schermtijd.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
Wat is de volgorde van de windrichtingen?
De volgorde met de klok mee is noord, oost, zuid, west. Het ezelsbruggetje is “Nooit Op Zondag Wassen”. Met de tussenrichtingen erbij wordt het: noord, noordoost, oost, zuidoost, zuid, zuidwest, west, noordwest, en dan weer noord.
Waarom staat er een E op mijn kompas en geen O?
Veel kompassen gebruiken Engelse afkortingen: N (north), E (east), S (south) en W (west). De E is dus oost en de S is zuid. In Nederlandse schoolboeken en op Nederlandse kaarten zie je meestal N, O, Z en W.
Wat betekent een westenwind?
Een westenwind is een wind die uit het westen komt en naar het oosten waait. Een windrichting noem je altijd naar de kant waar de wind vandaan komt. Dat is een vaste afspraak die het KNMI en weermensen gebruiken.
Waar komt de zon op?
De zon komt ongeveer in het oosten op en gaat ongeveer in het westen onder. ’s Middags staat hij in het zuiden. In de zomer komt de zon in Nederland meer in het noordoosten op en in de winter meer in het zuidoosten.
In welke groep leren kinderen de windrichtingen?
Meestal in groep 4 of 5, eerst de vier hoofdrichtingen en daarna de tussenrichtingen. In groep 6 gebruikt je kind ze bij de kaart van Nederland. Het precieze moment verschilt per aardrijkskundemethode.
Hoe help ik mijn kind als het oost en west verwisselt?
Laat de windroos met het lijf doen: neus naar het noorden, rechterarm is oost, linkerarm is west. Zeg de volgorde altijd met de klok mee vanaf boven. En laat je kind op een kaart eerst het noorden zoeken, voordat het een richting noemt.
Wat kost Hippa?
Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Elk extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent dan niet alleen kaartlezen, maar ook rekenen, spelling en begrijpend lezen.
Bronnen
- KNMI, toelichting windrichting en windroos (pdf)
- SLO, TULE oriëntatie op jezelf en de wereld, kerndoel 50: kaart, atlas en basistopografie
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


