In het kort
- De doorstroomtoets meet lezen, taalverzorging en rekenen. Je kind kan er niet voor zakken.
- Je school kiest één van vijf toetsen: Dia, IEP, Leerling in beeld, Route 8 of DOE.
- Is de uitslag hoger dan het voorlopig advies, dan past de school het advies in principe aan. Lager verlaagt het advies niet.
- Begin met een nulmeting, en oefen daarna gericht wat nog aandacht vraagt.
- Kort en regelmatig oefenen werkt beter dan veel oefenen in de laatste week.
Wat is de doorstroomtoets?
De doorstroomtoets is de verplichte toets in groep 8. Vroeger heette hij eindtoets, en veel ouders kennen hem nog als de Cito-toets. Sinds 2024 maken kinderen hem eerder in het jaar, in de winter in plaats van in april. De toets meet welk referentieniveau je kind haalt voor taal en rekenen. Daaruit volgt een toetsadvies: welk type voortgezet onderwijs past.
Belangrijk om te weten: je kind kan niet zakken of slagen voor de doorstroomtoets. Het is geen examen. De uitslag is een tweede gegeven naast het voorlopig schooladvies van de leerkracht. Dat advies is gebaseerd op jaren in de klas, niet op één toets.
Elke school kiest zelf welke doorstroomtoets zijn leerlingen maken. Voor schooljaar 2026–2027 zijn dat er vijf:
| Toets | Aanbieder |
|---|---|
| Dia-toets | Diataal |
| IEP-doorstroomtoets | Bureau ICE |
| Leerling in beeld doorstroomtoets | Cito |
| Route 8-doorstroomtoets | A-VISION |
| DOE-toets | Rijksoverheid |
De vorm verschilt per toets. De ene toets is adaptief: de vragen worden moeilijker of makkelijker, afhankelijk van de antwoorden. De andere geeft alle kinderen dezelfde vragen. De vaardigheden zijn bij alle vijf hetzelfde. Wie die goed beheerst, is voorbereid op elke toets. Vraag de school welke toets je kind maakt, en op welke dag.
Doorstroomtoets 2027: alle data op een rij
| Wanneer | Wat |
|---|---|
| 10 t/m 31 januari 2027 | Je kind krijgt het voorlopig schooladvies |
| 25 januari t/m 12 februari 2027 | Digitale doorstroomtoets; de school kiest de dag |
| 26 en 27 januari 2027 | Papieren doorstroomtoets |
| Uiterlijk 24 maart 2027 | Definitief schooladvies |
| 25 t/m 31 maart 2027 | Centrale aanmeldweek voor het voortgezet onderwijs |
Voor een kind dat de toets op 25 januari maakt, zijn er vanaf eind oktober nog ongeveer twaalf weken. Dat is genoeg om rustig op te bouwen, met de kerstvakantie als pauze. Maakt je kind de toets later in de periode, dan is er wat meer ruimte. De afnamedag hoor je van de school.
Wat wordt er getoetst?
De doorstroomtoets bestaat uit drie onderdelen. Per onderdeel krijgt je kind een referentieniveau. 1F is het niveau dat bijna alle kinderen aan het einde van de basisschool halen. 2F (taal) en 1S (rekenen) zijn het hogere streefniveau.
| Onderdeel | Wat je kind moet kunnen | Typische vraag |
|---|---|---|
| Lezen | Lange en zakelijke teksten begrijpen, de hoofdgedachte vinden, het doel van de schrijver, tabellen bij een tekst | Wat wil de schrijver met deze tekst bereiken? |
| Taalverzorging | Werkwoordspelling, spelling van lastige woorden, hoofdletters en leestekens, zinsbouw | Welke zin is goed geschreven? |
| Rekenen | Getallen, verhoudingen en procenten, meten en meetkunde, tabellen en grafieken | Hoeveel betaal je na 15% korting? |
Bij rekenen gaat het vaak om contextopgaven: sommen in een verhaal, met meerdere stappen. Daarover lees je meer bij redactiesommen oefenen. Het onderdeel lezen bouwt voort op alles uit begrijpend lezen, maar dan met langere en meer zakelijke teksten.
Doorstroomtoets oefenen met voorbeeldvragen
Zes voorbeeldvragen in de stijl van de doorstroomtoets
Twee vragen lezen, twee taalverzorging en twee rekenen. Bij een fout antwoord krijgt je kind een tip. Na het goede antwoord volgt de uitleg. Dit zijn vragen van Hippa, geen echte toetsvragen.
Tekst bij vraag 1 en 2: Lever je vet in
Steeds meer gemeenten zetten bakken neer waarin je oud frituurvet kunt inleveren. Van dat vet wordt biodiesel gemaakt. Wie het vet door de gootsteen spoelt, kan de riolering laten verstoppen. Bovendien kost het de gemeente veel geld om verstoppingen te verhelpen. Lever je vet dus in!
Lezen · doel van de schrijver1 / 6
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Een rustige planning tot de toets
Met een plan voorkom je dat je kind in januari ineens alles tegelijk wil oefenen. Deze indeling gaat uit van een toets eind januari:
- November: waar staat je kind? Doe een nulmeting of bespreek de laatste citoscores (het leerlingvolgsysteem) met de leerkracht. Kies de twee of drie onderwerpen die het meeste aandacht vragen.
- November en december: gericht oefenen. Drie tot vier keer per week tien tot twintig minuten, steeds op de zwakke onderwerpen. Herhaal af en toe wat al goed gaat, zodat het blijft hangen.
- Januari: toetstechniek en een proeftoets. Laat je kind een keer een langere oefentoets maken, met pauzes, zodat het weet hoe dat voelt. Bespreek daarna de fouten. Kijk vooral naar het soort fout, niet naar het cijfer.
- De laatste week: rust. Geen nieuwe stof meer. Een paar korte herhalingen, goed slapen en ontbijten. Een uitgeruste leerling haalt meer uit zijn kennis dan een moe kind dat nog snel iets heeft geleerd.
Welke vorm is goed? “Gisteren (fietsten / fietsde / fietste) wij samen naar school.”
- Bepaal de tijd. “Gisteren” betekent dat het voorbij is: verleden tijd.
- Zoek de stam: fietsen zonder -en is fiets. De laatste letter van de stam is een s.
- Zit die letter in ’t kofschip (t, k, f, s, ch, p)? Ja, de s zit erin. Dan krijgt de verleden tijd -te of -ten.
- Het onderwerp is “wij”, dus meervoud: -ten. Het antwoord is fietsten.
De laatste letter van “fiets” is een s. Die zit in ’t kofschip.
Controle: Controleer het met een ander onderwerp: “Gisteren fietste ik.” Bij ik is het enkelvoud: -te. Bij wij komt er een n bij. Dat klopt met de regel.
Zo leg je het uit aan je kind. Schrijf ’t kofschip op een briefje (t, k, f, s, ch, p). Laat je kind eerst de stam opschrijven (fiets) en de laatste letter omcirkelen. Staat die letter op het briefje? Dan wordt het -te of -ten; anders -de of -den. Herhaal dit met een paar andere werkwoorden tot je kind het briefje niet meer nodig heeft.
Toetstechniek: zo haalt je kind meer uit wat het al weet
- Lees eerst de vraag, dan de tekst. Bij lange leesteksten weet je kind dan waar het op moet letten.
- Streep foute antwoorden weg. Bij meerkeuze is het vaak makkelijker om twee foute antwoorden te vinden dan meteen het goede.
- Schat bij rekenen eerst. Wie weet dat het antwoord “ongeveer 200” moet zijn, ziet meteen dat 2000 niet kan.
- Blijf niet hangen. Lukt een vraag niet, kies dan het beste antwoord en ga door. Bij de meeste toetsen kost een lastige vraag anders tijd die je beter aan andere vragen kunt besteden.
- Lees tabellen en grafieken rustig. Kijk eerst naar de titel en de eenheden. Pas dan naar de getallen.
De uitslag en het schooladvies: wat gebeurt er?
Na de toets vergelijkt de school het toetsadvies met het voorlopig schooladvies. De regels zijn duidelijk:
- De uitslag is hoger dan het voorlopig advies: de school past het advies in principe naar boven aan. Doet de school dat niet, omdat het volgens de school niet in het belang van je kind is, dan moet de school dat uitleggen.
- De uitslag is lager dan het voorlopig advies: het advies wordt niet verlaagd. Het voorlopig advies blijft staan.
- De uitslag is gelijk: het voorlopig advies wordt het definitieve advies.
Het definitieve schooladvies krijg je uiterlijk 24 maart 2027. Daarmee meld je je kind in de centrale aanmeldweek aan bij een middelbare school. Een slechte toetsdag kan het advies dus niet omlaag halen. Dat is goed om ook je kind te vertellen: het haalt een hoop druk weg.
Doorstroomtoets oefenen: gratis of betaald?
Je kunt de doorstroomtoets voor een groot deel gratis oefenen. Veel scholen geven oefenmateriaal mee, en toetsaanbieders publiceren soms voorbeeldopgaven. Ook met de tips op deze pagina kom je een eind. Het lastige aan gratis materiaal is vooral de keuze: wat moet je kind nu oefenen, en hoeveel?
Daar is de gratis nulmeting van Hippa voor. Die laat per onderwerp zien waar je kind staat. Wil je daarna verder, dan maakt Hippa een persoonlijk oefenplan tot de toetsdatum. Daarbij horen korte trainingen, weektoetsen en proeftoetsen met steeds nieuwe vragen. Dat kost € 39,95 eenmalig, of € 19,95 per maand. Het maandabonnement is maandelijks opzegbaar en stopt vanzelf na de toets. De resultaten zeggen iets over de oefeningen, maar voorspellen geen officiële toetsscore of schooladvies.

Zo bereidt Hippa je kind voor op de doorstroomtoets
- Een gratis nulmeting voor lezen, taalverzorging en rekenen, in losse blokken.
- Een persoonlijk oefenplan tot de toetsdatum, gericht op wat aandacht vraagt.
- Korte trainingen van 10–20 minuten, met uitleg bij elke fout.
- Proeftoetsen die steeds opnieuw worden samengesteld, met een overzicht per onderwerp.
- Een ouderoverzicht, zodat je ziet hoe het gaat zonder ernaast te zitten.
Begin hier
Gratis nulmeting
Gratis
Per onderwerp zien waar je kind staat. Zonder betaalgegevens, er loopt niets door.
Start de gratis nulmetingCompleet programma
Hippa Doorstroomtoets
€ 39,95 eenmalig
Of € 19,95 per maand, maandelijks opzegbaar, stopt vanzelf na de toets.
Bekijk het programmaVeelgestelde vragen
Kun je oefenen voor de doorstroomtoets?
Ja. De doorstroomtoets meet vaardigheden in lezen, taalverzorging en rekenen, en die kun je oefenen. Het werkt het best als je gericht oefent op de onderwerpen die nog aandacht vragen, in korte sessies. Oefen ook de toetstechniek, zoals foute antwoorden wegstrepen en schatten. Zo komt wat je kind al kan beter tot zijn recht.
Welke doorstroomtoets maakt mijn kind?
Dat kiest de school. Voor 2026–2027 zijn er vijf toegestane doorstroomtoetsen: de Dia-toets, de IEP-doorstroomtoets, de Leerling in beeld doorstroomtoets, de Route 8-doorstroomtoets en de DOE-toets. Alle leerlingen van dezelfde school maken dezelfde toets. Vraag het de leerkracht. Die weet ook op welke dag je kind de toets maakt.
Is de doorstroomtoets moeilijker dan de oude Cito-eindtoets?
De toets meet dezelfde vaardigheden als de oude eindtoets: taal en rekenen op referentieniveau. Hij wordt wel eerder in het jaar afgenomen, in januari of februari in plaats van april. Daardoor hebben kinderen minder lesstof van groep 8 gehad als ze de toets maken. Het grootste verschil is dus de voorbereidingstijd: die is een paar maanden korter.
Wat gebeurt er als de uitslag lager is dan het schooladvies?
Dan blijft het voorlopig schooladvies staan. Een lagere toetsuitslag verlaagt het advies niet. Is de uitslag juist hoger, dan past de school het advies in principe naar boven aan, tenzij dat volgens de school niet in het belang van je kind is. In dat geval moet de school dat uitleggen.
Wanneer moet je beginnen met doorstroomtoets oefenen?
Begin bij voorkeur acht tot twaalf weken voor de toets, dus in oktober of november. Dan is er tijd om eerst te meten waar je kind staat, gericht te oefenen en in januari de toetstechniek te oefenen. Later beginnen kan ook. Richt je dan op de twee of drie onderwerpen die het meeste opleveren.
Kan mijn kind ook gratis oefenen voor de doorstroomtoets?
Ja. Op deze pagina staan zes voorbeeldvragen met uitleg. Veel scholen geven oefenmateriaal mee, en de nulmeting van Hippa is gratis, zonder betaalgegevens. Die laat zien welke onderwerpen aandacht vragen. Het complete oefenprogramma van Hippa kost € 39,95 eenmalig of € 19,95 per maand.
Voorspelt een oefentoets de echte uitslag?
Nee. Een oefentoets laat zien hoe je kind het doet op die oefenvragen en welke onderwerpen aandacht vragen. De echte toets gebruikt andere vragen en soms een andere vorm. Gebruik oefenresultaten om te kiezen wat je oefent, niet om een score of schooladvies te voorspellen.
Bronnen
- Rijksoverheid, Tijdlijn schooladvies 2027
- Rijksoverheid, Toegestane doorstroomtoetsen basisschool
- Rijksoverheid, Verplichte doorstroomtoets basisonderwijs
- Rijksoverheid, Gelijke kansen bij het schooladvies
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 20 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


