In het kort
- Het voltooid deelwoord staat bij hebben, zijn of worden en is nooit de persoonsvorm.
- Gewone werkwoorden: ge- + stam + t of d. ’t Kofschip of de verlengregel beslist.
- Begint het werkwoord met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver-, dan komt er geen ge- voor.
- Vóór een zelfstandig naamwoord krijgt het voltooid deelwoord meestal een e: de verbrande pizza.
- Sterke werkwoorden eindigen vaak op -en: gelopen, gevonden, geslapen.
Wat is een voltooid deelwoord?
Een voltooid deelwoord is een vorm van het werkwoord die laat zien dat iets klaar is. Het staat bijna altijd samen met een vorm van hebben, zijn of worden: “Wij hebben gezwommen”, “De taart is opgegeten”, “Het huis wordt geschilderd.” Die vorm van hebben, zijn of worden is de persoonsvorm. Het deelwoord zelf is dat nooit.
Er zijn drie soorten voltooide deelwoorden. De meeste werkwoorden krijgen ge- … -t of ge- … -d. Sterke werkwoorden krijgen vaak ge- … -en, en soms verandert ook de klank. Team Taaladvies schrijft dat er voor die sterke vormen geen sluitende regels zijn.
| Hele werkwoord | Voltooid deelwoord | Soort |
|---|---|---|
| fietsen | gefietst | ge- … -t |
| spelen | gespeeld | ge- … -d |
| lopen | gelopen | sterk: ge- … -en |
| schrijven | geschreven | sterk: andere klank + -en |
Voltooid deelwoord: d of t?
Bij gewone werkwoorden is de keuze tussen t en d dezelfde als in de verleden tijd. Team Taaladvies zegt het zo: krijgt de verleden tijd -te, dan eindigt het voltooid deelwoord op een t. Krijgt de verleden tijd -de, dan op een d. Fietste wordt gefietst, speelde wordt gespeeld.
Een tweede manier is de verlengregel. Maak het voltooid deelwoord langer door er een e achter te zetten, zoals vóór een zelfstandig naamwoord: “het gespeelde spel”, “het gefietste rondje”. In de lange vorm hoor je wel of het een d of een t is. Kinderen kennen de verlengregel vaak al van woorden als hond (honden).
- Stam op t of d: er komt geen extra letter bij. Praten → gepraat, antwoorden → geantwoord. Team Taaladvies noemt dit apart.
- Werkwoorden op -ven en -zen: kijk naar de v of z van het hele werkwoord. Die zitten niet in ’t kofschip, dus een d: leven → geleefd, reizen → gereisd.
Hoe schrijf je het voltooid deelwoord van beloven in “Ik heb mijn moeder (beloven) dat ik help”?
- Heb is de persoonsvorm. Het andere werkwoord, beloven, wordt het voltooid deelwoord.
- Beloven begint met be-. Dan komt er geen ge- voor.
- De stam schrijf je als beloof. In het hele werkwoord hoor je een v, en die zit niet in ’t kofschip. Dus een d.
- Het voltooid deelwoord is beloofd.
Geen ge- door be-, en een d door de v.
Controle: Verlengregel: “de beloofde taart”. Je hoort een d. En de verleden tijd is beloofde, met -de. Allebei wijzen ze naar een d.
Zo leg je het uit aan je kind. Hier zitten twee regels in één woord, dus neem ze één voor één. Vraag eerst: “Begint het werkwoord met be-, ver- of ont-?” Dan geen ge-. Vraag daarna: “Welke klank hoor je vóór -en?” Een v, niet in ’t kofschip, dus een d. Twee vragen, twee antwoorden: beloofd.
Het voltooid deelwoord oefenen: probeer het zelf
Oefen het voltooid deelwoord
Negen zinnen in drie onderdelen: t of d, woorden zonder ge-, en het voltooid deelwoord in de zin. Bij een fout krijgt je kind een tip zonder het antwoord. Daarna volgt de uitleg met de regel en hoe jij het thuis uitlegt.
t of d1 / 3
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Wanneer komt er geen ge- voor?
Begint een werkwoord met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver-, dan krijgt het voltooid deelwoord geen extra ge-. Die beginstukjes zijn onbeklemtoond: je zegt ze zacht. Een tweede ge- zou raar klinken. Betalen wordt betaald, herhalen wordt herhaald, ontdekken wordt ontdekt, vertellen wordt verteld.
Bij scheidbare werkwoorden, zoals opbellen en afwassen, komt ge- juist in het midden: opgebeld, afgewassen, uitgeruimd. Zulke werkwoorden vallen in een gewone zin in twee stukken uit elkaar: “Ik bel oma op.” Precies tussen die twee stukken komt de ge-.
| Hele werkwoord | Voltooid deelwoord | Waarom |
|---|---|---|
| betalen | betaald | begint met be-: geen ge- |
| vertellen | verteld | begint met ver-: geen ge- |
| herhalen | herhaald | begint met her-: geen ge- |
| opbellen | opgebeld | scheidbaar: ge- in het midden |
| uitruimen | uitgeruimd | scheidbaar: ge- in het midden |
Het voltooid deelwoord vóór een zelfstandig naamwoord
Een voltooid deelwoord kan ook als bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord staan: “de gerepareerde fiets”, “de verbrande pizza”. Dan krijgt het meestal een e, net als andere bijvoeglijke naamwoorden. Team Taaladvies geeft als voorbeeld “de gezeefde bloem”. Twee uitzonderingen: eindigt het deelwoord op -en, dan komt er geen e bij (“de gebakken eieren”). En bij een het-woord met een of geen lidwoord blijft de e weg: “een gekookt ei”.
Een bekende fout is de verwarring met de verleden tijd. “De verbrande pizza” is een voltooid deelwoord met een e. “Mijn broer verbrandde de pizza” is de verleden tijd, met -de. Ze klinken hetzelfde. Vraag je kind: staat het woord vóór een zelfstandig naamwoord, of is het de persoonsvorm?
Hoe schrijf je repareren in “De (repareren) fiets staat weer in de schuur”?
- Staat in de zin is de persoonsvorm. Repareren staat vóór het zelfstandig naamwoord fiets: het is een voltooid deelwoord dat bijvoeglijk gebruikt wordt.
- Het voltooid deelwoord is gerepareerd: stam repareer, de r zit niet in ’t kofschip, dus een d.
- Vóór een zelfstandig naamwoord komt er een e achter: gerepareerd + e.
- De goede vorm is gerepareerde.
Eerst het voltooid deelwoord, dan de e erbij.
Controle: Zeg het hardop: “de gerepareerde fiets”. Je hoort de d en de e. Vergelijk met “Papa repareerde de fiets”: daar is het de persoonsvorm in de verleden tijd.
Zo leg je het uit aan je kind. Laat het eerst het voltooid deelwoord los opschrijven, alsof er “is” voor staat: “de fiets is gerepareerd”. Daarna schuif je het woord vóór fiets en plak je er een e aan. Zo snapt je kind dat de e erbij komt en dat de d gewoon blijft.
Voltooid deelwoord of persoonsvorm: verhuisd of verhuist?
Sommige vormen klinken als voltooid deelwoord en als persoonsvorm precies hetzelfde. Onze Taal geeft verstuurd en verstuurt als voorbeeld. Zoek eerst de persoonsvorm. Staat er al een vorm van hebben, zijn of worden, dan is het andere werkwoord het deelwoord, met ’t kofschip. Is het werkwoord zelf de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd, dan is het stam + t, zoals bij werkwoordspelling.
| Zin | Vorm | Waarom |
|---|---|---|
| Mijn neef is naar Groningen verhuisd. | verhuisd | is is de persoonsvorm; z niet in ’t kofschip: d |
| Mijn neef verhuist volgende week. | verhuist | persoonsvorm, tegenwoordige tijd: stam + t |
| Het pakketje is gisteren verstuurd. | verstuurd | is is de persoonsvorm; r niet in ’t kofschip: d |
| De winkel verstuurt alles op maandag. | verstuurt | persoonsvorm, tegenwoordige tijd: stam + t |
Sterke, onregelmatige en gemengde werkwoorden
Sterke werkwoorden krijgen in het voltooid deelwoord vaak -en en soms een andere klank. Ook de gemengde werkwoorden horen hier: die zijn zwak in de verleden tijd, maar sterk in het deelwoord. Bij al deze vormen helpt ’t kofschip niet. Je kind leert ze door ze vaak te horen en te lezen.
| Hele werkwoord | Verleden tijd | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| schrijven | schreef | geschreven |
| vinden | vond | gevonden |
| brengen | bracht | gebracht |
| zijn | was | geweest |
| lachen (gemengd) | lachte | gelachen |
| vragen (gemengd) | vroeg | gevraagd |

Zo helpt Hippa bij het voltooid deelwoord
- Je kind oefent het voltooid deelwoord van gewone, sterke en scheidbare werkwoorden in korte zinnen.
- Een aparte oefening zet het voltooid deelwoord vóór een zelfstandig naamwoord tegenover de verleden tijd.
- Gaat het mis, dan legt Hippa de regel uit met het werkwoord uit die zin.
- Het niveau groeit per vaardigheid mee. In het ouderoverzicht zie je wat al goed gaat.
- In hetzelfde abonnement oefent je kind ook spelling, begrijpend lezen en rekenen.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
Hoe weet je of een voltooid deelwoord op d of t eindigt?
Kijk naar de verleden tijd: krijgt die -te, dan eindigt het voltooid deelwoord op een t (fietste, gefietst). Krijgt die -de, dan op een d (speelde, gespeeld). Of maak het woord langer: “het gefietste rondje”, “het gespeelde spel”. Dan hoor je de t of de d.
Wanneer krijgt een voltooid deelwoord geen ge-?
Als het werkwoord begint met be-, er-, ge-, her-, ont- of ver-. Dan schrijf je betaald, herhaald, ontdekt en verteld, zonder extra ge-. Bij scheidbare werkwoorden komt ge- juist in het midden: opgebeld, afgewassen, uitgeruimd.
Wat is het verschil tussen verbrande en verbrandde?
“De verbrande pizza” is een voltooid deelwoord vóór een zelfstandig naamwoord, met een e erachter. “Mijn broer verbrandde de pizza” is de verleden tijd, met -de. Ze klinken hetzelfde. Kijk of het woord vóór een zelfstandig naamwoord staat of de persoonsvorm is.
Is het verhuisd of verhuist?
Allebei bestaan. “Hij is verhuisd” is het voltooid deelwoord, omdat is de persoonsvorm is. Je kijkt naar de z van verhuizen, en die zit niet in ’t kofschip: een d. “Hij verhuist morgen” is de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd: stam + t.
Waarom is het gepraat en niet gepraatt?
Eindigt de stam al op een t of d, dan komt er geen extra letter achter. De stam van praten is praat, dus het voltooid deelwoord is gepraat. Zo ook antwoorden: geantwoord. Team Taaladvies noemt deze regel apart, omdat veel mensen hier een letter te veel schrijven.
In welke groep leren kinderen het voltooid deelwoord?
Meestal in groep 6, samen met de verleden tijd en ’t kofschip. In groep 7 en 8 komen de lastige gevallen: werkwoorden zonder ge-, scheidbare werkwoorden, bijvoeglijk gebruik met een e en de verwarring met de persoonsvorm. De precieze volgorde verschilt per methode.
Bronnen
- Team Taaladvies Vlaanderen, Spelling van het voltooid deelwoord
- Team Taaladvies Vlaanderen, Spelling van de verleden tijd
- Onze Taal, Verstuurd / verstuurt (wanneer d of t?)
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


