In het kort
- Gemiddelde = alles optellen en dan delen door het aantal.
- Het gemiddelde ligt altijd tussen het kleinste en het grootste getal: een handige controle.
- Een 0 telt mee in het aantal, ook al voegt hij niets toe aan het totaal.
- Er mag een kommagetal uitkomen: gemiddeld 3,5 knikkers kan best.
- Gemiddelde keer aantal is het totaal. Zo reken je terug welk cijfer je nog nodig hebt.
Wat is een gemiddelde?
Een gemiddelde vertelt wat elk getal zou zijn als je alles eerlijk verdeelt. Fietst Sem op vier dagen 4, 7, 5 en 8 kilometer, dan is dat samen 24 kilometer. Had hij elke dag precies evenveel gefietst, dan was dat 6 kilometer per dag. Die 6 is het gemiddelde.
Een gemiddelde is daarom geen getal dat echt in het rijtje hoeft te staan. Sem fietste geen enkele dag precies 6 kilometer. Het gemiddelde kan zelfs een getal zijn dat in het echt niet kan, zoals gemiddeld 2,5 kinderen per gezin. Het is een manier om een hele rij getallen in één getal samen te vatten.
Sem fietst op vier dagen 4, 7, 5 en 8 kilometer. Hoeveel fietst hij gemiddeld per dag?
- Tel alle afstanden op: 4 + 7 + 5 + 8 = 24 kilometer.
- Tel het aantal dagen: het zijn er 4.
- Verdeel het totaal eerlijk: 24 : 4 = 6. Sem fietst gemiddeld 6 kilometer per dag.
Wat boven de stippellijn uitsteekt, past precies in de gaten eronder.
Controle: Het gemiddelde moet tussen het kleinste getal (4) en het grootste getal (8) liggen. 6 ligt daartussen, dus het kan kloppen.
Zo leg je het uit aan je kind. Bouw vier torens van blokjes, van 4, 7, 5 en 8 hoog. Laat je kind blokjes van de hoge torens naar de lage verplaatsen, tot alle torens even hoog zijn. Elke toren is nu 6 hoog. Zo ziet je kind dat het gemiddelde gewoon eerlijk verdelen is: wat boven uitsteekt, vult de gaten op.
Gemiddelde berekenen in drie stappen
- Tel alle getallen op. Schrijf ze eerst op een rij, zodat je er geen vergeet. Zoek getallen die samen rond zijn: 35 + 45 = 80.
- Tel hoeveel getallen het zijn. Tel ook getallen mee die 0 zijn.
- Deel het totaal door het aantal. Gaat de deling niet op, reken dan door achter de komma.
- Controleer: ligt het gemiddelde tussen het kleinste en het grootste getal?
Mila heeft voor taal een 7, een 5, een 8 en een 6. Wat is haar gemiddelde cijfer?
- Tel de cijfers op: 7 + 5 + 8 + 6 = 26.
- Het zijn 4 cijfers.
- 26 : 4 = 6,5. Je kunt dat uitrekenen als 24 : 4 = 6, en de rest 2 : 4 = 0,5.
- Mila staat gemiddeld een 6,5.
Een gemiddelde kan een kommagetal zijn.
Controle: Het laagste cijfer is een 5, het hoogste een 8. 6,5 ligt daartussen. En 4 × 6,5 = 26, dus het klopt.
Zo leg je het uit aan je kind. Zeg dat het gemiddelde het cijfer is dat Mila voor elke toets had gehaald als alle toetsen even goed waren gegaan. Laat je kind daarna zelf controleren door het gemiddelde vier keer op te tellen. Komt er weer 26 uit, dan weet je kind dat het gemiddelde klopt.
Komt de deling niet precies uit, dan rekent je kind door achter de komma, net als bij een staartdeling met komma. Bij cijfers en temperaturen rond je meestal af op één cijfer achter de komma.
Probeer het: gemiddelde berekenen oefenen
Gemiddelde berekenen oefenen: uitrekenen, aflezen en valkuilen
Kies een onderdeel en beantwoord drie vragen. Bij een fout antwoord krijgt je kind een tip, geen antwoord. Na het goede antwoord zie je een staafdiagram met het gemiddelde als stippellijn, de stappen, en hoe je het thuis uitlegt met blokjes of bekertjes.
Vraag 11 / 3
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Het gemiddelde uit een tabel of staafdiagram
Op school en in de doorstroomtoets staan de getallen vaak niet in een rijtje, maar in een tabel of een staafdiagram. Je kind moet ze dan eerst aflezen. Schrijf ze op een rij voordat je gaat rekenen. Bij een staafdiagram lees je de hoogte van elke staaf af aan de getallen langs de kant.
| Dag | Temperatuur |
|---|---|
| Maandag | 12 graden |
| Dinsdag | 15 graden |
| Woensdag | 9 graden |
| Donderdag | 14 graden |
| Vrijdag | 10 graden |
| Gemiddeld | 60 : 5 = 12 graden |
In een staafdiagram kun je het gemiddelde ook zien: trek een lijn op de hoogte van het gemiddelde. Wat boven de lijn uitsteekt, past precies in de gaten eronder. Dat is een mooie manier om een uitkomst te controleren. Laat je kind eerst schatten waar de lijn komt, en daarna uitrekenen.
De valkuilen bij gemiddelde berekenen
- Het totaal opschrijven als antwoord. Optellen is pas de eerste stap. Vergeet het delen niet.
- Een 0 overslaan. Scoort Tim in vier wedstrijden 3, 0, 2 en 3 doelpunten, dan deel je door 4, niet door 3. De 0 voegt niets toe aan het totaal, maar telt wel mee in het aantal.
- Door het verkeerde aantal delen. Tel het aantal getallen altijd na, zeker bij een lange lijst of een tabel.
- Een getal uit het rijtje kiezen. Het gemiddelde is niet vanzelf het middelste of het meest voorkomende getal.
- Afronden waar het niet mag. Gemiddeld 3,5 knikkers is een goed antwoord, ook al bestaat een halve knikker niet.
Terugrekenen: welk cijfer heb je nog nodig?
Gemiddelde keer aantal is het totaal. Daarmee kun je terugrekenen. Heeft Noor na drie toetsen gemiddeld een 7, dan heeft ze samen 3 × 7 = 21 punten. Waren haar eerste twee cijfers een 6 en een 8, dan was het derde cijfer 21 − 14 = 7. Zulke vragen komen veel voor in groep 8, en kinderen vinden ze vaak lastig omdat je andersom moet denken.
Het werkt ook vooruit: “Ik heb een 6 en een 7. Welk cijfer moet ik halen om gemiddeld een 7 te staan?” Drie toetsen keer 7 is 21 punten. Je hebt er al 13, dus je hebt een 8 nodig. Dit is een rekenvraag die kinderen echt zelf kunnen gebruiken, en daardoor onthouden ze hem beter.
Gemiddelde, mediaan en modus
Naast het gemiddelde bestaan nog twee manieren om een rij getallen samen te vatten. De mediaan is het middelste getal als je alles op volgorde zet. De modus is het getal dat het vaakst voorkomt. Op de basisschool draait het vooral om het gemiddelde; mediaan en modus komen meestal pas in de brugklas uitgebreid aan bod.
Het verschil is soms groot. Verdienen negen mensen 3000 euro en één persoon 33.000 euro, dan is het gemiddelde 6000 euro, maar de mediaan 3000 euro. Daarom gebruikt het CBS bij inkomens vaak de mediaan, het “doorsnee” inkomen. Een mooi gespreksonderwerp voor een kind dat graag doorvraagt.
Gemiddelde berekenen in groep 7 en groep 8
Kinderen leren gemiddelde berekenen meestal halverwege groep 7, samen met tabellen en grafieken aflezen. Lees meer over wat er dat jaar nog meer langskomt bij rekenen in groep 7. In groep 8 komt het gemiddelde terug in redactiesommen en in de doorstroomtoets, vaak in een tabel of diagram en soms als terugrekenvraag.
Thuis oefen je gemiddelde berekenen het best met echte getallen: de temperatuur van de week, de minuten die je kind per dag leest, de doelpunten van het voetbalteam of de cijfers op het rapport. Zo ziet je kind waarvoor een gemiddelde handig is, en wordt het geen losse som.

Zo helpt Hippa je kind met gemiddelden, tabellen en grafieken
- Gemiddelden berekenen, ook met een kommagetal als uitkomst.
- Tabellen, staafdiagrammen en grafieken aflezen en de getallen eruit gebruiken.
- Bij elke uitleg een staafdiagram met het gemiddelde als lijn, zodat je kind ziet wat het betekent.
- Gaat het mis, dan laat Hippa zien welke stap is overgeslagen, zoals het delen of een 0 die meetelt.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je een gemiddelde?
Tel alle getallen bij elkaar op en deel het totaal door het aantal getallen. Bij 4, 7, 5 en 8 is het totaal 24. Het zijn vier getallen, dus het gemiddelde is 24 : 4 = 6. Controleer daarna of het gemiddelde tussen het kleinste en het grootste getal ligt.
Telt een 0 mee bij het gemiddelde?
Ja. Een 0 voegt niets toe aan het totaal, maar telt wel mee in het aantal. Scoort iemand in vier wedstrijden 3, 0, 2 en 3 doelpunten, dan is het gemiddelde 8 : 4 = 2. Wie de 0 overslaat en door 3 deelt, krijgt een te hoog gemiddelde.
Mag een gemiddelde een kommagetal zijn?
Ja. Komt de deling niet precies uit, dan reken je door achter de komma. Vier kinderen met samen 14 knikkers hebben gemiddeld 3,5 knikkers, ook al bestaat een halve knikker niet. Bij cijfers en temperaturen rond je vaak af op één cijfer achter de komma.
In welke groep leer je gemiddelde berekenen?
Meestal halverwege groep 7, samen met tabellen en grafieken aflezen. In groep 8 komt het terug in verhaaltjessommen, in tabellen en diagrammen, en in de doorstroomtoets. De precieze planning verschilt per rekenmethode.
Wat is het verschil tussen gemiddelde en mediaan?
Het gemiddelde krijg je door alles op te tellen en te delen door het aantal. De mediaan is het middelste getal als je alles op volgorde zet. Bij een paar uitschieters liggen ze ver uit elkaar. Op de basisschool draait het vooral om het gemiddelde.
Wat kost Hippa?
Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Elk extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent dan rekenen, spelling en begrijpend lezen op het eigen niveau.
Bronnen
- LOWAN, Leerlijn rekenen groep 7 en 8
- Expertgroep Doorlopende Leerlijnen, Referentiekader taal en rekenen (2010)
- CBS, Doorsnee tegenover gemiddeld vermogen
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 21 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


