In het kort
- Het rijtje is 7, 14, 21, 28, 35, 42, 49, 56, 63, 70.
- De helft ken je kind al uit andere tafels: 1, 2, 5, 9 en 10 keer 7.
- De rest vind je met een trucje: keer 5 plus keer 2, of vanaf 5 × 7 verder rekenen.
- Ankers om te onthouden: 7 × 7 = 49 en “5, 6, 7, 8”: 56 = 7 × 8.
- Oefen elke som ook als deelsom: 42 : 7 = 6.
Het rijtje van de tafel van 7
Het rijtje van de tafel van 7 is: 7, 14, 21, 28, 35, 42, 49, 56, 63, 70. Elke stap komt er 7 bij. Veel kinderen leren het eerst door het hardop op te zeggen. Dat is een goed begin, maar het is niet het doel. Een kind dat bij 6 × 7 het hele rijtje moet afgaan, kent de tafel nog niet echt. Het doel is dat je kind elke som los weet, ook door elkaar en ook als deelsom.
| Som | Uitkomst | Zo vind je hem |
|---|---|---|
| 1 × 7 | 7 | Eén groepje van 7 |
| 2 × 7 | 14 | Het dubbele van 7 |
| 3 × 7 | 21 | Omdraaien: 7 × 3 uit de tafel van 3, of 14 + 7 |
| 4 × 7 | 28 | Twee keer verdubbelen: 7, 14, 28 |
| 5 × 7 | 35 | De helft van 10 × 7 |
| 6 × 7 | 42 | 5 × 7 en nog één 7 erbij: 35 + 7 |
| 7 × 7 | 49 | Het anker: 5 × 7 plus 2 × 7, dus 35 + 14 |
| 8 × 7 | 56 | Verdubbel 4 × 7: 28 + 28, of “5, 6, 7, 8” |
| 9 × 7 | 63 | 10 × 7 en één 7 eraf: 70 − 7 |
| 10 × 7 | 70 | Een nul achter de 7 |
De tafel van 7 komt meestal in groep 5 aan bod, na de tafels van 1, 2, 5 en 10 en vaak ook na 3 en 4. In groep 6 moet hij vlot gaan, omdat je hem nodig hebt bij grotere keersommen, bij delen en bij breuken. Meer over alle tafels en de volgorde per groep lees je bij tafels oefenen.
Waarom de tafel van 7 zo lastig voelt
De tafel van 7 heeft geen duidelijk patroon. Bij de tafel van 5 eindigt alles op 0 of 5, bij de tafel van 9 tellen de cijfers op tot 9. Bij 7 springen de uitkomsten alle kanten op: 21, 28, 35, 42. Daarnaast komt de tafel laat aan bod, als kinderen al veel andere tafels in hun hoofd hebben. Dan gaan uitkomsten door elkaar lopen.
Het goede nieuws: er zijn maar weinig echt nieuwe sommen. Door omdraaien is 3 × 7 hetzelfde als 7 × 3, en dat kent je kind uit de tafel van 3. Hetzelfde geldt voor 2, 5, 9 en 10. Als je kind de andere tafels kent, blijven er van de hele tafel van 7 maar een paar sommen over die echt nieuw zijn. Laat dat zien aan je kind. Een berg van tien sommen voelt zwaar, een handvol is te doen.
De tafel van 7 oefenen met uitleg bij elke fout
Probeer het meteen: de tafel van 7 oefenen
Acht sommen uit de tafel van 7, door elkaar. Gaat er een fout? Dan krijgt je kind een trucje met de getallen uit die som, niet meteen het antwoord. Na het goede antwoord zie je de som in stippen.
Vraag 11 / 8
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
De tafeltrainer gebruikt het trucje dat bij het aantal groepjes past. Bij 6 × 7 is dat “5 groepjes van 7 en nog één groepje erbij”. Bij 9 × 7 is het “10 groepjes en één groepje eraf”. Kijk mee hoe je kind een som oplost. Een goed antwoord door te tellen is nog geen gekende som. Een goed antwoord met een trucje is een stap verder. Een antwoord dat je kind meteen weet, zit erin.
Vijf trucjes voor de tafel van 7
Met een tafel van 7 trucje leidt je kind een som af van iets wat het al weet. Leer één trucje tegelijk en laat je kind het hardop uitleggen bij drie sommen. Wie het kan uitleggen, snapt het.
- Vanaf 5 × 7 verder: 5 × 7 = 35 is het vaste punt. 6 × 7 is één 7 erbij: 42. 4 × 7 is één 7 eraf: 28.
- Keer 5 plus keer 2: splits 7 groepjes in 5 en 2. Bij 7 × 7 is dat 35 + 14 = 49. Dit trucje werkt bij elke som met 7 groepjes, ook bij 7 × 6 of 7 × 8.
- Keer 10 min keer 3: 7 is 10 min 3. Dus 7 × 6 is 60 − 18 = 42. Handig voor kinderen die graag met tientallen rekenen.
- Verdubbelen: 4 × 7 is 7 verdubbeld en nog eens verdubbeld: 14, 28. En 8 × 7 is 28 nog een keer verdubbeld: 56.
- Twee ankers onthouden: 7 × 7 = 49 is makkelijk te onthouden omdat het een dubbele som is. En “5, 6, 7, 8” leest als 56 = 7 × 8. Vanaf die ankers vind je de buren: 6 × 7 is 49 − 7, en 9 × 7 is 56 + 7.
Je kind weet 6 × 7 niet meer en begint op de vingers te tellen. Hoe help je het met een trucje?
- 6 × 7 betekent: 6 groepjes van 7.
- Begin bij een som die je kind kent: 5 groepjes van 7. Dat is de helft van 10 × 7 = 70, dus 35.
- Er moet nog één groepje van 7 bij: 35 + 7 = 42.
- Dus 6 × 7 = 42.
Controle: Controleer met omdraaien: 7 × 6 is 7 groepjes van 6. Met keer 5 plus keer 2 is dat 30 + 12 = 42. Dezelfde uitkomst, dus het klopt.
Zo leg je het uit aan je kind. Leg 6 rijtjes van 7 knopen neer en schuif er 5 een stukje omhoog. Vraag: “Hoeveel zijn dit er?” Je kind weet 5 × 7 met de truc van de helft. Wijs dan het ene rijtje aan dat over is en zeg: “Daar komt nog één zeven bij.” Zo ziet het dat je niet opnieuw hoeft te tellen.
Je kind vindt keer 5 plus keer 2 lastig, maar rekent graag met tientallen. Hoe vindt het 7 × 7?
- 7 is hetzelfde als 10 min 3. Dus 7 groepjes van 7 is 10 groepjes van 7, min 3 groepjes van 7.
- 10 × 7 = 70: er komt een nul achter de 7.
- 3 × 7 = 21, uit de tafel van 3 door omdraaien.
- Haal ze van elkaar af: 70 − 21 = 49. Dus 7 × 7 = 49.
Controle: Controleer met keer 5 plus keer 2: 35 + 14 = 49. Twee trucjes, één uitkomst.
Zo leg je het uit aan je kind. Leg 10 rijtjes van 7 knopen neer. Dat zijn er 70, want bij 10 × 7 komt er een nul achter de 7. Haal er dan 3 rijtjes af en leg die opzij. Vraag: “Hoeveel rijtjes liggen er nog?” Zeven. En hoeveel knopen? Dat is 70 min wat je hebt weggehaald.
De deelsommen van de tafel van 7
Bij elke keersom hoort een deelsom. Wie weet dat 6 × 7 = 42, weet ook dat 42 : 7 = 6 en 42 : 6 = 7. Oefen ze vanaf het begin samen. Zo kent je kind de tafel van twee kanten, en dat helpt later bij de staartdeling en bij breuken.
| Keersom | Deelsom | Vraag het zo |
|---|---|---|
| 3 × 7 = 21 | 21 : 7 = 3 | Hoeveel groepjes van 7 passen er in 21? |
| 6 × 7 = 42 | 42 : 7 = 6 | Hoe vaak past 7 in 42? |
| 7 × 7 = 49 | 49 : 7 = 7 | Welk getal keer zichzelf is 49? |
| 8 × 7 = 56 | 56 : 7 = 8 | Hoeveel zevens zijn samen 56? |
| 9 × 7 = 63 | 63 : 7 = 9 | Eén zeven minder dan 70: hoeveel zevens zijn dat? |
Je kind moet 56 : 7 uitrekenen, maar weet de uitkomst niet meteen. Hoe vindt het hem zonder het hele rijtje op te zeggen?
- De vraag is: hoe vaak past 7 in 56? Of: hoeveel groepjes van 7 zijn samen 56?
- Neem eerst een grote sprong die je kent: 5 × 7 = 35. Dan zit je op 35.
- Van 35 naar 56 is nog 21. Dat is 3 × 7.
- Samen zijn het 5 + 3 = 8 zevens. Dus 56 : 7 = 8.
Eerst 5 zevens in één sprong, dan nog 3: samen 8 zevens.
Controle: Controleer met een keersom: 8 × 7 is 4 × 7 verdubbeld, 28 + 28 = 56. Het klopt.
Zo leg je het uit aan je kind. Teken een getallenlijn van 0 tot 70 en maak één grote boog van 0 naar 35 voor “5 zevens”. Laat je kind dan kleine sprongen van 7 maken tot 56 en ze tellen. Zo ziet het dat delen hetzelfde is als zevens tellen, alleen sneller met een grote sprong.
Een weekplan: de tafel van 7 oefenen in vijf dagen
Kort en vaak werkt beter dan lang en zelden. Met tien minuten per dag zit de tafel na een week veel steviger dan na één avond van een uur. Begin elke dag met een paar sommen van de dag ervoor.
- Dag 1, de bekende helft: 1, 2, 5 en 10 keer 7. Laat zien dat je kind die al kent. Leer omdraaien met de knopen.
- Dag 2, verdubbelen: 4 × 7 en 8 × 7 via 7, 14, 28, 56. Herhaal de sommen van dag 1.
- Dag 3, vanaf 5 en 10: 6 × 7 als 35 + 7 en 9 × 7 als 70 − 7. En 3 × 7 via de tafel van 3.
- Dag 4, het anker: 7 × 7 = 49, met keer 5 plus keer 2. Daarna alles door elkaar, met de deelsommen erbij.
- Dag 5, door elkaar en speels: de tafel van 7 opzeggen van achter naar voren, dobbelen of tafelpingpong. Welke sommen gaan nog niet vanzelf? Die komen volgende week eerst terug.
Veelgemaakte fouten bij de tafel van 7
- 42 en 56 door elkaar: 6 × 7 = 42 en 8 × 7 = 56 liggen allebei vlak bij 49. Laat je kind vanaf 7 × 7 = 49 redeneren: één zeven minder is 42, één zeven meer is 56.
- 54 in plaats van 56: 54 is 6 × 9 en hoort niet in de tafel van 7. Vraag: “Staat 54 in het rijtje van 7?” Tel vanaf 49 zeven verder, dan kom je op 56.
- 48 of 49? 48 is 6 × 8, 49 is 7 × 7. Tussen 42 en 56 staat in het rijtje van 7 maar één getal, en dat is 49.
- Optellen in plaats van keer: 3 × 7 = 10. Je kind doet 3 + 7. Leg de som neer als 3 rijtjes van 7 en laat het zien.
- Doortellen en een tel missen: 6 × 7 = 41 of 43. Dat gebeurt bij tellen op de vingers. Het trucje voorkomt dit, want daarmee hoeft je kind niet te tellen.
De tafel van 7 komt daarna overal terug: in verhaaltjessommen, bij de kalender (een week heeft 7 dagen) en bij grotere keersommen zoals 7 × 40. Oefen hem daarom ook in redactiesommen: “Hoeveel dagen zijn 6 weken?”

Zo helpt Hippa je kind met de tafel van 7
- Hippa oefent de tafel van 7 door elkaar, met de sommen die je kind nog lastig vindt vaker.
- Bij een fout antwoord legt Hippa het trucje uit met de getallen uit de som, met stippen of groepjes erbij.
- Ook de deelsommen komen aan bod, zodat je kind de tafel van twee kanten kent.
- Het niveau groeit mee, en in het ouderoverzicht zie je welke tafels al vlot gaan.
- Jij bepaalt de schermtijd, en goede antwoorden leveren spelletjes op.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
Wat is het rijtje van de tafel van 7?
Het rijtje is 7, 14, 21, 28, 35, 42, 49, 56, 63 en 70. Elke stap komt er 7 bij. Het rijtje opzeggen is een goed begin, maar oefen daarna ook losse sommen door elkaar. Pas dan merk je of je kind de som weet of het rijtje afgaat tot het bij de goede uitkomst is.
Wat is het makkelijkste trucje voor de tafel van 7?
Voor de meeste kinderen werkt “vanaf 5 × 7” het makkelijkst. 5 × 7 = 35 is de helft van 70. Daarna is 6 × 7 één zeven meer en 4 × 7 één zeven minder. Voor 7 × 7 en 8 × 7 helpen de ankers 49 en “5, 6, 7, 8”: 56 is 7 × 8.
In welke groep leren kinderen de tafel van 7?
Meestal in groep 5, na de tafels van 1, 2, 5 en 10 en vaak na de tafels van 3 en 4. In groep 6 moet de tafel vlot gaan, omdat kinderen hem dan gebruiken bij delen en grotere keersommen. De precieze volgorde verschilt per rekenmethode en per school.
Waarom vindt mijn kind de tafel van 7 moeilijker dan andere tafels?
De tafel van 7 heeft geen duidelijk patroon in de uitkomsten, anders dan de tafels van 2, 5, 9 en 10. Hij komt ook laat aan bod, als er al veel uitkomsten in het hoofd zitten. Daardoor lopen getallen als 42, 48, 54 en 56 makkelijk door elkaar.
Hoe lang duurt het om de tafel van 7 te leren?
Met tien minuten per dag kennen veel kinderen de tafel na een week of twee zonder te tellen. Vlot en automatisch duurt vaak langer. Herhaal daarom ook na die twee weken af en toe een paar sommen door elkaar, samen met de deelsommen, zodat de tafel blijft zitten.
Moet mijn kind de tafel van 7 opzeggen of begrijpen?
Allebei, in die volgorde. Eerst begrijpen: 6 × 7 is 6 groepjes van 7, en je kunt de som afleiden van 5 × 7. Daarna oefenen tot je kind de uitkomst zonder trucje weet. Alleen opzeggen zonder begrip werkt minder goed, omdat je kind dan bij twijfel nergens op terug kan vallen.
Wat kost Hippa?
Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Elk extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent dan alle tafels, en ook spelling, lezen en klokkijken, op het eigen niveau.
Bronnen
- SLO, Tussendoelen rekenen-wiskunde po (2017)
- SLO, TULE rekenen-wiskunde kerndoel 26: handig rekenen en hoofdrekenen
- SLO, TULE rekenen-wiskunde kerndoel 27: getallen en bewerkingen
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 20 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


