In het kort
- Groep 5 en 6: breuken herkennen, eerlijk verdelen en breuken vergelijken.
- Groep 6 en 7: gelijkwaardige breuken, vereenvoudigen en een breuk van een hoeveelheid.
- Groep 7 en 8: gelijknamig maken, optellen en aftrekken, en het verband met kommagetallen en procenten.
- Een strook of reep als model werkt beter dan regels uit het hoofd leren.
- De meest gemaakte fout: boven en onder de streep allebei optellen.
Wat is een breuk? Teller, noemer en breukentaal
Een breuk is een deel van een geheel. In 3/4 heet het getal onder de streep de noemer: die zegt in hoeveel gelijke stukken het geheel is verdeeld. Het getal boven de streep heet de teller: die zegt hoeveel van die stukken je hebt. Bij 3/4 van een reep is de reep dus in vier gelijke stukken gebroken en heb je er drie.
Breuken komen in heel verschillende situaties voor, en dat maakt ze lastig. Het kan gaan om een deel van een geheel (een kwart van een reep), om eerlijk verdelen (drie pizza’s delen met z’n vieren), om een meting (de tafel is 2 1/4 strook lang) of om een deel van een hoeveelheid (een derde van de 27 kinderen heeft blond haar). Rekendidactici raden aan om al die betekenissen aan bod te laten komen, met echte voorwerpen erbij.
Breuken per groep: wat leert je kind wanneer?
De SLO-tussendoelen beschrijven breuken als een leerlijn die in de middenbouw begint en doorloopt tot het eind van de basisschool. De precieze volgorde verschilt per rekenmethode. Dit is de grove lijn die je op de meeste scholen ziet.
| Groep | Wat je kind leert | Thuis oefenen |
|---|---|---|
| Breuken groep 5 | Helften en kwarten herkennen; eerlijk verdelen | Een appel of pizza eerlijk verdelen en de stukken benoemen |
| Breuken groep 6 | Teller en noemer; breuken vergelijken; een breuk van een hoeveelheid | Vragen als “een derde van 12 snoepjes, hoeveel is dat?” |
| Breuken groep 7 | Gelijkwaardige breuken, vereenvoudigen, gelijknamig maken en optellen; gemengde getallen | Met maatbekers en recepten rekenen: 3/4 liter en 1/2 liter |
| Breuken groep 8 | Rekenen met breuken in verhalen; verband met kommagetallen en procenten | Kortingen en verhoudingen: 1/4 korting is 25% korting |
Breuken oefenen: probeer het zelf
Oefen breuken met uitleg bij elke stap
Kies een onderdeel en beantwoord drie vragen. Bij een fout antwoord krijgt je kind een tip, niet meteen het antwoord. Na het goede antwoord volgt de uitleg met een plaatje, en hoe jij het thuis uitlegt.
Vraag 11 / 3
Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.
Breuken vergelijken: welke is groter?
Bij breuken vergelijken lopen kinderen vaak tegen hetzelfde aan: ze kijken naar de getallen alsof het gewone getallen zijn. Dan lijkt 1/8 groter dan 1/4, “want 8 is meer dan 4”. Leer je kind daarom drie manieren om breuken te vergelijken, van makkelijk naar moeilijker:
- Dezelfde teller: bij 1/3 en 1/5 heb je allebei één stuk. Het stuk is groter als het geheel in minder stukken is verdeeld. Dus 1/3 is groter.
- Dezelfde noemer: bij 2/7 en 5/7 zijn de stukken even groot. Wie meer stukken heeft, heeft meer. Dus 5/7 is groter.
- Wat mist er tot een hele? Bij 4/5 mist 1/5, bij 5/6 mist 1/6. Een zesde is kleiner, dus bij 5/6 mist het minst en is die breuk groter.
- Gelijknamig maken: werkt altijd. Maak de noemers gelijk en vergelijk dan de tellers.
Lotte eet 3/5 van haar pizza, Daan eet 2/3 van een even grote pizza. Wie eet het meest?
- De noemers zijn verschillend (5 en 3), dus de stukken zijn niet even groot. Je kunt de tellers niet zomaar vergelijken.
- Maak gelijknamig. 15 zit in de tafel van 5 en in de tafel van 3. 3/5 is 9/15 (boven en onder keer 3).
- 2/3 is 10/15 (boven en onder keer 5).
- 10/15 is meer dan 9/15. Daan eet dus het meest, al is het verschil maar klein: één vijftiende pizza.
Controle: Controleer met “wat mist er?”. Bij Lotte mist 2/5 van de pizza, bij Daan 1/3. Twee vijfde is meer dan een derde, dus bij Lotte blijft meer over. Daan eet het meest.
Zo leg je het uit aan je kind. Knip twee even lange stroken papier. Vouw de ene in vijf stukken en kleur er drie, en vouw de andere in drie stukken en kleur er twee. Leg ze onder elkaar. Je kind ziet meteen dat de gekleurde stukken bijna even lang zijn, maar dat de tweede strook net iets verder komt. Pas daarna reken je het samen na.
Gelijknamig maken, vereenvoudigen en breuken optellen
Gelijknamig maken betekent: twee breuken dezelfde noemer geven, zodat de stukken even groot zijn. Dat doe je door boven en onder de streep met hetzelfde getal te vermenigvuldigen. De breuk verandert daardoor niet van grootte: 1/2 en 2/4 en 4/8 zijn allemaal een halve reep, alleen in kleinere stukken geknipt.
Breuken vereenvoudigen is precies het omgekeerde. Je deelt boven en onder door hetzelfde getal, zodat de breuk zo eenvoudig mogelijk wordt. 6/8 wordt 3/4 (allebei door 2), en 12/16 wordt ook 3/4 (allebei door 4). Een handige vraag voor je kind: “Zit de teller in de tafel van de noemer, of zitten ze samen in een andere tafel?”
Bij breuken optellen maak je eerst gelijknamig en tel je daarna alleen de tellers op. De noemer blijft hetzelfde, want die zegt hoe groot de stukken zijn. Twee kwart plus één kwart is drie kwart, net zoals twee appels plus één appel drie appels zijn.
Bij het bakken gebruik je 2/3 liter melk voor het beslag en 1/4 liter voor de saus. Hoeveel liter melk is dat samen?
- Zoek een noemer waar 3 en 4 allebei in passen. 12 zit in de tafel van 3 en in de tafel van 4.
- Maak gelijknamig: 2/3 is 8/12 (boven en onder keer 4) en 1/4 is 3/12 (boven en onder keer 3).
- Tel de tellers op: 8/12 + 3/12 = 11/12.
- Kan het eenvoudiger? 11 en 12 hebben geen gemeenschappelijke tafel, dus het antwoord is 11/12 liter.
Controle: Schat: 2/3 is iets meer dan een half en 1/4 is een kwart. Samen is dat bijna een hele liter, maar net niet. 11/12 liter past daarbij.
Zo leg je het uit aan je kind. Zeg “Je mag alleen dingen van dezelfde soort bij elkaar optellen: derden en kwarten zijn verschillende soorten.” Laat je kind daarom beide breuken omwisselen in twaalfden, zoals je munten wisselt. Een maatbeker met streepjes maakt het extra echt: zet de melk er echt in.
Een breuk van een hoeveelheid: 3/4 van 20
Bij een breuk van een hoeveelheid werkt de breuk als een opdracht: “neem drie kwart van 20 knikkers”. Dat reken je in twee stappen uit: eerst delen door de noemer (hoeveel is één kwart?) en daarna keer de teller (hoeveel zijn er drie?). Een strook met vakjes maakt die twee stappen zichtbaar.
Een jas kost 40 euro. In de uitverkoop betaal je maar 3/5 van de prijs. Hoeveel betaal je?
- Verdeel 40 euro in 5 gelijke delen: 40 : 5 = 8. Eén vijfde is 8 euro.
- Je betaalt 3 van die delen: 3 × 8 = 24.
- Antwoord: je betaalt 24 euro voor de jas.
40 euro
Controle: Wat betaal je niet? Twee vijfde: 2 × 8 = 16 euro. 24 en 16 euro is samen weer 40 euro, dus het klopt.
Zo leg je het uit aan je kind. Teken een strook met 40 euro erboven en verdeel hem in vijf even grote vakken. Laat je kind in elk vak schrijven hoeveel euro erin past. Kleur dan drie vakken. Je kind ziet dat “drie vijfde” betekent: drie van die vijf vakken, en niet: drie euro eraf.
Dit type som komt veel voor in redactiesommen, vaak verstopt in een verhaal over korting, sparen of een klas die op schoolreis gaat. In groep 8 lijkt het sterk op rekenen met procenten.
Breuken, kommagetallen en procenten in groep 8
In groep 8 leert je kind dat breuken, kommagetallen en procenten verschillende manieren zijn om hetzelfde te zeggen. Een kwart is 0,25, en dat is 25%: 1 op de 4. Wie de bekende breuken in alle drie de vormen kent, rekent veel sneller, bijvoorbeeld bij korting of in een verhoudingstabel. In de doorstroomtoets komen deze omzettingen ook voor.
| Breuk | Kommagetal | Procent |
|---|---|---|
| 1/2 | 0,5 | 50% |
| 1/4 | 0,25 | 25% |
| 3/4 | 0,75 | 75% |
| 1/5 | 0,2 | 20% |
| 1/10 | 0,1 | 10% |
| 1/3 | ongeveer 0,33 | ongeveer 33% |
Veelgemaakte fouten bij breuken, en hoe je helpt
- Boven en onder optellen: 1/2 + 1/4 = 2/6. Laat zien dat het antwoord dan kleiner is dan een half, terwijl je er toch iets bij doet. Dat kan niet kloppen.
- Grotere noemer is grotere breuk: 1/8 lijkt groter dan 1/4. Vraag: “Deel je een taart liever met vier of met acht mensen?”
- Ongelijke stukken: een kind kleurt één van drie ongelijke stukken en noemt het een derde. Een breuk gaat altijd over even grote stukken.
- De teller als aantal om eraf te halen: bij 3/4 van 20 rekent een kind 20 − 3. Laat het eerst eerlijk verdelen over vier bordjes.
- Vergeten te vereenvoudigen: 4/8 is goed gerekend, maar op school wordt vaak 1/2 gevraagd. Vraag na elke som: “Kan het eenvoudiger?”
Breuken oefenen thuis, zonder werkblad
Breuken zitten overal in huis. Een paar minuten per keer is genoeg, als je kind de breuken echt ziet en voelt:
- Pizza en taart: snijd in vier, zes of acht punten en vraag: “Hoeveel is er nog over, als breuk?”
- Recepten: halveer of verdubbel een recept met 3/4 liter melk of 1/2 pak boter.
- De klok: een kwartier is 1/4 uur, een half uur is 1/2 uur. Hoeveel kwartier is 3/4 uur?
- Geld: een kwart van 20 euro zakgeld, of hoeveel is 1/10 van wat je kind gespaard heeft?
- Vouwen: vouw een strook papier in tweeën, dan weer in tweeën. Hoeveel stukken zijn het nu, en hoe heet één stuk?
Werkt je kind liever online? Kies dan oefeningen die uitleggen wát er mis ging, met een plaatje erbij. Wie bij breuken oefenen alleen goed of fout te horen krijgt, gaat gokken. Hetzelfde geldt voor een staartdeling: uitleg bij elke stap maakt het verschil.

Zo helpt Hippa je kind met breuken
- Van helften en kwarten herkennen tot ongelijknamige breuken optellen en delen door een breuk.
- Breuken op de getallenlijn plaatsen, ook voorbij één, en gelijkwaardige breuken vinden.
- Breuken, kommagetallen en procenten in elkaar omzetten, zoals in groep 8 nodig is.
- Gaat een opgave mis? Dan legt Hippa uit hoe het wel moet, met de getallen uit die opgave.
- Het niveau groeit per vaardigheid mee. Jij ziet in het ouderoverzicht hoe het gaat.
Maandelijks opzegbaar
Per maand
€ 6,99 per maand
Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.
Start met Hippa3 maanden gratis + gratis etui
Per jaar
€ 59,99 per jaar
Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.
Kies het jaarJe betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.
Veelgestelde vragen
In welke groep leren kinderen breuken?
De eerste breuken, zoals een half en een kwart, komen meestal in groep 5. In groep 6 leren kinderen breuken vergelijken en een breuk van een hoeveelheid uitrekenen. In groep 7 en 8 volgt het rekenen: gelijknamig maken, optellen, aftrekken en het verband met kommagetallen en procenten. De precieze volgorde verschilt per rekenmethode.
Wat is gelijknamig maken?
Gelijknamig maken betekent dat je twee breuken dezelfde noemer geeft, zodat de stukken even groot zijn. Je vermenigvuldigt boven en onder de streep met hetzelfde getal. Zo wordt 1/3 bijvoorbeeld 4/12 en 1/4 wordt 3/12. Pas daarna kun je de breuken goed vergelijken, optellen of aftrekken.
Hoe vereenvoudig je een breuk?
Je deelt de teller en de noemer door hetzelfde getal. Bij 6/8 kunnen allebei door 2, en dan krijg je 3/4. Kan het daarna niet verder, dan is de breuk zo eenvoudig mogelijk. Een handige vraag: in welke tafel zitten de teller en de noemer allebei? Deel dan door dat getal.
Hoe leg je breuken uit aan een kind?
Begin met iets wat je kind kan vastpakken: een reep chocola, een pizza of een strook papier. Laat het zelf eerlijk verdelen en de stukken benoemen. Leg pas daarna de getallen erbij: de noemer is het aantal gelijke stukken, de teller het aantal dat je hebt. Regels leer je pas als het begrip er is.
Waarom vinden kinderen breuken zo moeilijk?
Bij breuken werken getallen anders dan kinderen gewend zijn. Een grotere noemer betekent een kleiner stuk, en bij optellen tel je de noemers niet op. Bovendien betekent een breuk soms een deel van een geheel en soms een deel van een hoeveelheid. Met een vast model, zoals een strook, wordt dat een stuk overzichtelijker.
Wat kost Hippa?
Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Elk extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent dan niet alleen breuken, maar ook tafels, spelling, begrijpend lezen en meer, op het eigen niveau.
Bronnen
- SLO, Tussendoelen rekenen-wiskunde po (2017)
- SLO, Leerdoelenkaart rekenen-wiskunde 10-14: breuken
- School aan Zet, Kwaliteitskaart Breuken groep 6, 7 en 8
- SLO, TULE rekenen-wiskunde kerndoel 26
Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 20 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.


