Rekenen · groep 6 tot en met 8

De verhoudingstabel: zo leg je hem uit aan je kind

Een verhoudingstabel is een tabel met twee rijen die bij elkaar horen, zoals personen en grammen of procenten en euro’s. Je mag boven en onder hetzelfde doen: keer of delen. Zo reken je een recept om, vergelijk je aanbiedingen en reken je procenten en schaal uit. De kern voor je kind: wat je boven doet, doe je onder ook.

In het kort

  • Een verhoudingstabel heeft twee rijen die in dezelfde verhouding groeien of krimpen.
  • Boven en onder keer of delen door hetzelfde getal mag. Er hetzelfde getal bij optellen mag niet.
  • Lukt het niet in één stap? Ga eerst naar een handige tussenkolom: 1, de helft, 10% of 100.
  • Met dezelfde tabel reken je recepten, prijs per stuk, procenten en schaal uit.
  • Verhoudingen zijn een vast onderdeel van rekenen in groep 7 en 8 en van de doorstroomtoets.

Wat is een verhoudingstabel?

Een verhoudingstabel is een rekenhulp voor alles wat “per” is: per persoon, per stuk, per kilo, per uur. Op de bovenste rij staat de ene grootheid, op de onderste de andere. Elke kolom hoort bij elkaar. Staat er boven 4 personen en onder 300 gram, dan betekent dat: voor 4 personen heb je 300 gram nodig.

Kinderen leren de verhoudingstabel meestal in groep 5 of 6, bij plattegronden en geld. In groep 7 en 8 wordt hij een van de belangrijkste hulpmiddelen. SLO noemt voor die groepen onder meer recepten, vergrotingen, procenten bij korting en rente, en rekenen met verhoudingen in een tabel of op een dubbele getallenlijn.

Wat mag wel en wat mag niet in een verhoudingstabel?

De hele verhoudingstabel draait om één regel: de verhouding moet in elke kolom gelijk blijven. Daarom mag je niet alles. Dit is het overzicht dat je kind moet kennen.

Bewerkingen in een verhoudingstabel
BewerkingMag het?Voorbeeld
Boven en onder keer hetzelfde getalJa4 personen – 300 gram wordt 8 personen – 600 gram (× 2)
Boven en onder delen door hetzelfde getalJa4 personen – 300 gram wordt 1 persoon – 75 gram (: 4)
Twee kolommen bij elkaar optellenJa10% – 6 euro plus 5% – 3 euro is 15% – 9 euro
Een kolom van een andere aftrekkenJa10 stuks – 5 euro min 1 stuk – 0,50 euro is 9 stuks – 4,50 euro
Boven en onder hetzelfde getal erbij doenNee4 personen – 300 gram wordt niet 6 personen – 302 gram

De laatste regel is de valkuil. “Er komen 2 personen bij, dus doe ik er 2 bij” klinkt logisch, maar 2 personen extra betekent niet 2 gram extra. Leer je kind daarom: bij één kolom doe je keer of delen. Optellen en aftrekken mag alleen met hele kolommen.

Voorbeeld: via 1 kilo naar 3 kilo

5 kilo appels kosten samen 7,50 euro. Wat kosten 3 kilo appels?

  1. Zet de eenheden voor de rijen: kilo en euro. Zet 5 en 7,50 onder elkaar.
  2. Van 5 naar 3 gaat niet met één handige keersom. Ga daarom eerst naar 1 kilo: boven en onder delen door 5.
  3. 1 kilo kost 7,50 : 5 = 1,50 euro.
  4. Boven en onder keer 3: 3 kilo kost 3 × 1,50 = 4,50 euro.
kilo5: 5 →1× 3 →3
euro7,501,504,50

Wat je boven doet, doe je onder ook.

Controle: Schat: 3 kilo is iets meer dan de helft van 5 kilo. De helft van 7,50 is 3,75. 4,50 euro is iets meer, dus het klopt.

Zo leg je het uit aan je kind. Vraag eerst “Wat kost één kilo?” Dat is bijna altijd een handige tussenstap, want vanaf 1 kun je naar elk getal. Laat je kind de pijlen tekenen en bij elke pijl boven en onder hetzelfde opschrijven: “: 5” en “× 3”. Zo ziet het dat beide rijen precies hetzelfde meedoen.

Verhoudingstabel uitleg: het stappenplan

  1. Wat weet je? Zet de eenheden voor de rijen en vul de kolom in die je al kent.
  2. Wat zoek je? Zet het getal dat je zoekt in een lege kolom, met een vraagteken eronder.
  3. Kies een handige tussenstap: de helft, een kwart, 1 stuk, 10 of 100. Soms kun je ook in één keer.
  4. Reken uit: schrijf bij elke pijl wat je doet, boven en onder hetzelfde.
  5. Controleer: schat of het antwoord kan kloppen, en zet de eenheid erbij.
Voorbeeld: recept omrekenen voor meer personen

Een cakerecept voor 6 personen gebruikt 180 gram suiker. Hoeveel suiker heb je nodig voor 9 personen?

  1. Wat weet je: 6 personen – 180 gram. Wat zoek je: 9 personen – ? gram.
  2. Van 6 naar 9 is geen hele keersom. Tussenstap: de helft van 6 is 3, en 3 past precies in 9.
  3. Boven en onder delen door 2: 3 personen – 90 gram.
  4. Boven en onder keer 3: 9 personen – 270 gram suiker.
personen6: 2 →3× 3 →9
gram18090270

Wat je boven doet, doe je onder ook.

Controle: 9 personen is anderhalf keer zoveel als 6. Anderhalf keer 180 gram is 180 + 90 = 270 gram. Het klopt.

Zo leg je het uit aan je kind. Kook of bak samen en laat je kind het recept zelf omrekenen. Vraag niet “wat is het antwoord?”, maar “welke tussenstap maakt het makkelijk?” Een kind dat zelf de helft of 1 persoon kiest als tussenstap, snapt de verhoudingstabel echt. Proef daarna of de cake gelukt is.

De verhoudingstabel oefenen

Oefen de verhoudingstabel met recepten, prijzen en procenten

Kies een onderwerp. Bij een fout antwoord krijgt je kind een tip die de weg wijst, niet het antwoord. Na het goede antwoord zie je de ingevulde tabel met elke stap.

Pannenkoeken1 / 3

Voor 8 pannenkoeken heb je 250 gram bloem nodig. Hoeveel bloem heb je nodig voor 12 pannenkoeken?

Kies een antwoord. Daarna zie je de uitleg.

Procenten met een verhoudingstabel

Bij procenten met een verhoudingstabel zet je de hele hoeveelheid onder 100%. Daarna gebruik je handige kolommen: 50% is de helft, 25% een kwart, 10% delen door 10 en 1% delen door 100. Die laatste, de 1%-regel, noemt SLO uitdrukkelijk als strategie voor groep 7 en 8. Met 1% kun je elk percentage maken.

Voorbeeld: 35% korting op een fiets

Een fiets kost 240 euro. Je krijgt 35% korting. Hoeveel korting is dat, en wat betaal je?

  1. Zet 100% en 240 euro onder elkaar.
  2. 10% is delen door 10: 24 euro. 5% is de helft daarvan: 12 euro.
  3. 35% is 7 keer 5%. Boven en onder keer 7: 7 × 12 = 84 euro korting.
  4. Of met kolommen optellen: 30% is 72 euro, plus 5% is 12 euro, samen 84 euro.
  5. Je betaalt 240 − 84 = 156 euro.
procent100%: 20 →5%× 7 →35%
euro2401284

Wat je boven doet, doe je onder ook.

Controle: Schat: 35% is iets meer dan een derde. Een derde van 240 is 80. 84 euro korting is iets meer, dus het klopt.

Zo leg je het uit aan je kind. Zeg “honderd procent is alles, de hele fiets”. Laat je kind daarna in de tabel kolommen bouwen die het makkelijk vindt: 10%, 5% of 30%. Wijs erop dat je kolommen mag optellen, boven én onder. Vraag aan het eind altijd: “Is dit de korting of wat je betaalt?”

Schaal en afstanden op de kaart

Schaal is ook een verhouding. Schaal 1 : 25 000 betekent: 1 cm op de kaart is 25 000 cm in het echt. In een verhoudingstabel zet je boven de kaart en onder de werkelijkheid, allebei in centimeters. Pas aan het eind reken je om naar meters of kilometers. Hoe je een kaart leest en plaatsen terugvindt, staat bij topografie oefenen.

Voorbeeld: een wandelroute op schaal

Op een wandelkaart met schaal 1 : 25 000 is een route 8 cm lang. Hoeveel kilometer is de route echt?

  1. Zet 1 cm kaart en 25 000 cm echt onder elkaar.
  2. Boven en onder keer 8: 8 cm op de kaart is 200 000 cm echt.
  3. 100 cm is 1 meter, dus 200 000 cm is 2000 meter.
  4. 1000 meter is 1 km, dus de route is 2 km.
kaart (cm)1× 8 →8
echt (cm)25 000200 000

Wat je boven doet, doe je onder ook.

Controle: 2 km wandelen duurt ongeveer een halfuur. Dat past bij een korte wandelroute op een kaart.

Zo leg je het uit aan je kind. Meet samen met een liniaal een route op een echte kaart of in de atlas. Zet de schaal in een tabel en reken uit hoe ver het is. Vergelijk het daarna met een routeplanner. Zo ziet je kind dat schaal geen trucje is, maar gewoon een verhoudingstabel.

De verhoudingstabel in groep 6, 7 en 8

Wat kinderen meestal met verhoudingen doen
GroepWat je kind leertVoorbeeld
Verhoudingstabel groep 6Eenvoudige tabellen met verdubbelen, halveren en keer 101 pak – 4 euro, 3 pakken – ?
Verhoudingstabel groep 7Recepten, prijs per stuk, schaal, tussenstappen kiezen6 personen – 180 gram, 9 personen – ?
Verhoudingstabel groep 8Procenten, aanbiedingen vergelijken, meerdere stappen35% van 240 euro, 4 voor 3 euro of 6 voor 4,20 euro?

De precieze volgorde verschilt per rekenmethode. Kijk in het werkboek van je kind welke soort tabel het nu maakt, en oefen thuis op dat niveau.

Verhoudingen in de doorstroomtoets

In groep 8 maken alle kinderen de verplichte doorstroomtoets. Het rekendeel toetst de referentieniveaus, en verhoudingen zijn daar een vast domein, naast getallen, meten en meetkunde en verbanden. Opgaven over korting, recepten, schaal en “welke aanbieding is voordeliger?” los je bijna allemaal op met een verhoudingstabel. Op de pagina over de doorstroomtoets lees je hoe de toets werkt en hoe je je kind rustig helpt voorbereiden.

Het lastigste is vaak herkennen dát het een verhouding is. Oefen daarom ook redactiesommen: bij elk “per” of “procent” helpt een verhoudingstabel.

Veelgemaakte fouten, en hoe je helpt

  • Optellen in plaats van keer: er komen 2 personen bij, dus 2 gram erbij. Vraag: “Is 2 personen extra hetzelfde als 2 gram extra?”
  • Boven iets anders doen dan onder: boven delen door 2, onder door 3. Laat je kind bij elke pijl twee keer hetzelfde opschrijven.
  • De rijen omdraaien: grammen boven, personen onder, en dan halverwege wisselen. De eenheden vóór de rijen voorkomen dat.
  • Uren en minuten mengen: reken eerst alles om naar dezelfde eenheid, bijvoorbeeld 60 minuten in plaats van 1 uur.
  • De verkeerde vraag beantwoorden: de korting uitrekenen terwijl de vraag is wat je betaalt. Laat je kind de vraag nog eens lezen.

Zo helpt Hippa bij verhoudingen

  • Verhoudingstabellen met recepten, mengsels en aanbiedingen per stuk.
  • Prijs en afstand per eenheid, procenten en korting, en schaal op een kaart.
  • Voor groep 8 verhoudingen in meer stappen, zoals in de doorstroomtoets.
  • Bij een fout laat Hippa zien welke stap handig is, zonder het antwoord voor te zeggen.
  • Jij ziet in het ouderoverzicht welke onderwerpen aandacht vragen.

Maandelijks opzegbaar

Per maand

€ 6,99 per maand

Voor 1 kind. Elk extra kind € 4,99 per maand.

Start met Hippa

3 maanden gratis + gratis etui

Per jaar

€ 59,99 per jaar

Voor 1 kind. Elk extra kind € 39 per jaar.

Kies het jaar

Je betaalt met iDEAL of creditcard. Hippa werkt in de browser op tablet, laptop en computer, en als app op Android.

Veelgestelde vragen

Wat is een verhoudingstabel?

Een verhoudingstabel is een tabel met twee rijen die in dezelfde verhouding bij elkaar horen, zoals personen en gram of kilo en euro. Je gebruikt hem om van een bekende kolom naar een onbekende te rekenen. Kinderen leren hem meestal vanaf groep 5 of 6, en in groep 7 en 8 gebruiken ze hem bij recepten, procenten en schaal.

Hoe werkt een verhoudingstabel?

Je zet de kolom die je kent in de tabel en zoekt een kolom erbij. Je mag boven en onder keer of delen door hetzelfde getal, en hele kolommen optellen of aftrekken. Lukt het niet in één stap, dan maak je eerst een handige tussenkolom, zoals 1 stuk, de helft of 10%.

Wat mag je niet doen in een verhoudingstabel?

Je mag niet boven en onder hetzelfde getal erbij optellen of eraf halen. Van 4 personen – 300 gram naar 6 personen – 302 gram klopt niet, want 2 personen extra is veel meer dan 2 gram. Je mag ook niet boven iets anders doen dan onder. Dan klopt de verhouding niet meer.

In welke groep leer je de verhoudingstabel?

De eerste eenvoudige verhoudingstabellen komen meestal in groep 5 of 6. In groep 7 en 8 worden ze een belangrijk hulpmiddel bij recepten, prijzen, procenten en schaal. De precieze volgorde hangt af van de rekenmethode van de school. In het werkboek van je kind zie je waar de klas nu is.

Hoe reken je procenten uit met een verhoudingstabel?

Zet de hele hoeveelheid onder 100%. Maak daarna handige kolommen: 10% is delen door 10, 5% is de helft daarvan, 1% is delen door 100. Tel kolommen op tot je het gevraagde percentage hebt. Bij 35% van 240 euro is dat 30% (72 euro) plus 5% (12 euro): 84 euro.

Wat kost Hippa?

Hippa kost € 6,99 per maand voor één kind en is maandelijks opzegbaar. Met een jaarabonnement betaal je € 59,99 per jaar (3 maanden gratis). Een extra kind kost € 4,99 per maand. Je kind oefent verhoudingen, procenten en breuken, en daarnaast tafels, lezen en spelling, op het eigen niveau.

Bronnen

Deze pagina is geschreven door het Hippa-team op basis van de SLO-leerlijnen en de genoemde bronnen. Laatst bijgewerkt op 20 oktober 2026. Zie je iets dat niet klopt? Mail ons via hallo@gohippa.com.

€ 6,99 per maandMaandelijks opzegbaar

Aanmelden